Verder naar inhoud
Terug naar overzicht

Start van afhandeling schade mestkelders

136.jpg

Het IMG start een pilot met de afhandeling van schade aan mestkelders. Een advies wat hierover is opgeleverd door een panel van deskundigen bevestigt dat bevingen onder omstandigheden tot scheuren in mestkelders kunnen leiden, met instroom van grondwater tot gevolg. Deze schade moet dan worden vergoed aan de hand van de extra kosten van het afvoeren van dit water.

Honderden mestkelders

Er is momenteel op ruim 250 agrarische bedrijven schade aan mestkelders gemeld bij het IMG. De manier om schade te bepalen aan mestkelders is niet te vergelijken met die van woningen. Het IMG heeft daarom een panel van deskundigen hierover om advies gevraagd. Dit advies is in september opgeleverd. De Agrarische Tafel en het Groninger Gasberaad hebben daar reacties op gegeven. Het panel heeft daar ook een reactie op geschreven.

Bedrag per kubieke meter mest

Het Bestuur van het IMG heeft het advies, de reacties daarop en de beoordeling van die reacties door het deskundigenpanel bestudeerd en op basis daarvan een aanpak vastgesteld. Het Instituut gaat de schade afhandelen aan de hand van de methodiek die is geadviseerd door het panel. Naar aanleiding van de reacties wordt bijvoorbeeld wel de gemiddelde vergoeding naar boven bijgesteld van € 8,50 naar € 10,00 per kubieke meter mest. Als er hogere kosten kunnen worden aangetoond, zullen deze kosten als uitgangspunt worden genomen.

Schade wordt vergoed

Kern van de aanpak is dat het IMG met het deskundigenpanel van oordeel blijft, anders dan in de reacties van de maatschappelijke organisaties is bepleit, dat het vergoeden van het herstel van de mestkelder zelf in de oude toestand meestal niet realistisch is. Bij een herstel in de oude toestand moet alle mest eruit, moet vee worden verplaatst en dan moet het herstel zelf nog plaatsvinden. Deze kosten staan niet in verhouding tot de werkelijke schade (het extra veel en vaak moeten uitrijden van mest) voor de volledige (eventueel resterende) levensduur van de mestkelder.

Door deze schade wel als geheel te vergoeden, wordt de eigenaar alsnog schadeloosgesteld. Mocht echter voldoende worden aangetoond dat de herstelkosten wel opwegen, dan worden deze alsnog vergoed. Naar verwachting zal dat hooguit bij uitzondering het geval kunnen zijn.

Trillingssterkte

Voor de uitvoering van de aanpak heeft het deskundigenpanel een stappenplan opgesteld. Een belangrijke eerste vraag is of er sprake is van schade waardoor instroom van water plaatsvindt. Daarnaast speelt de vraag of het wettelijk bewijsvermoeden van toepassing is op de betreffende locatie gezien de trillingssterkte van een beving. Waar bij schade aan gebouwen in het algemeen een grenswaarde van 2 mm/s trillingssterkte wordt gehanteerd, geldt er voor mestkelders een trillingssterkte van 10 mm/s. Het zijn namelijk minder kwetsbare objecten dan gebouwen in het algemeen. Iets minder dan de helft van de huidige 250 mestkelders waar schade aan is gemeld, ligt binnen dit effectgebied.

In de praktijk uitwerken

Het stappenplan zal in de praktijk nog wel nader uitgewerkt moeten worden. In de werkwijze moet ook duidelijk worden hoe de schade aan de mestkelder, berekend op basis van een toename van mestvolume door instromend grondwater, bepaald moet worden op basis van een mestboekhouding. In de praktijk moet nog blijken of dat in alle situaties mogelijk is. De pilot in het kader van het Agroprogramma, waarbij gestart wordt met circa 15 mestkelders, moet gaan helpen antwoorden te verkrijgen voor deze praktische uitwerkingen.

  • Welke situaties kunnen zich nu voordoen?

    1. Aanvragen ingediend vóór 5 november waar vergoeding voor waardedaling werd toegekend, maar waar blijkt dat er sprake is van uitgevoerd of nog uit te voeren sloop en nieuwbouw. De vergoeding wordt bij deze groep niet teruggevorderd. Gelijke gevallen moeten immers gelijk worden behandeld. Dit vloeit voort uit het feit dat de minister verzocht geen vergoeding terug te vorderen en de kosten daarvan voor zijn rekening te nemen.
    2. Aanvragen ingediend ná 5 november. Er is dan expliciet in de procedure ‘nee’ geantwoord op de vraag of de aanvrager bekend is met sloop en nieuwbouw op zijn adres. Als het adres ook niet voorkomt op de dan aanwezige NCG-lijst, keert het IMG vergoeding uit. Als later het adres alsnog op de NCG-lijst komt, zal het IMG onderzoeken of de aanvrager had kunnen weten dat er sprake is van sloop en nieuwbouw. In die gevallen vordert het IMG de vergoeding terug, waarbij waar nodig maatwerk zal worden toegepast in de wijze waarop.
    3. Aanvragen voor vergoeding van waardedaling ingediend én besloten door het IMG vóórdat de NCG een toezegging doet over sloop en nieuwbouw worden door het IMG vergoed. Als voorafgaand aan besluitvorming door het IMG wel al wordt doorgegeven door de NCG dat sloop en nieuwbouw zijn toegezegd, dan wijst het IMG de aanvraag af.
  • Hoe wordt het gemiddelde berekend?

    Het gemiddelde voor het IMG wordt gebaseerd op het gemiddelde cijfer dat voor de afhandeling van fysieke schade wordt gegeven en op het gemiddelde cijfer dat voor waardedaling wordt gegeven. Daarbij wordt meegewogen hoeveel besluiten het IMG nam voor die specifieke regeling. Hiermee zegt het gemiddelde zo veel mogelijk over de beleving van alle aanvragers over alle besluiten.

    Na het besluit over een aanvraag tot vergoeding van fysieke schade is daarbij de vraag: “Welk rapportcijfer geeft u het besluit dat u ontvangen heeft?” Sinds de start van de meting (juni 2019) gaven 8.000 respondenten een 7,7.
    Na een besluit over een aanvraag voor Waardedaling is daarbij de vraag: “Hoe tevreden bent u over het indienen en afhandelen van uw aanvraag?” Sinds de start van deze meting (november 2020) gaven 6.752 respondenten een 8,1.

    Aangezien de respons op het verzoek om een reactie op de enquête voor beide regelingen hoog is (meer dan 25 procent voor de enquête over het besluit), worden beide cijfers als representatief beschouwd voor de beoordeling van een van beide regelingen. Maar de aantallen besluiten over de regelingen kennen getalsmatig geen gelijke omvang.

    Het totaalaantal besluiten van het IMG voor beide regelingen is momenteel 107.606. Er zijn 58.141 besluiten (54 procent van alle besluiten) genomen over aanvragen tot vergoeding van fysieke schade. Er zijn 49.465 besluiten (46 procent van alle besluiten) genomen over aanvragen tot vergoeding van waardedaling.

    Bij het bepalen van het gemiddelde weegt het cijfer voor fysieke schade daarom voor 54 procent mee en voor waardedaling 46 procent. Het doorlopende (over de hele periode), gewogen (afgezet tegen het aantal besluiten) gemiddelde voor de besluiten van het IMG komt daarmee op: 7,9, gebaseerd op in totaal ruim 14.500 respondenten.

  • Wie wordt wanneer om een mening gevraagd?

    Als het IMG een e-mailadres heeft van een aanvrager wordt altijd ergens in de procedure een enquête gestuurd. Uitzondering vormen de adressen waar woningcorporaties en vastgoedbeheerders als eigenaar staan geregistreerd.

    Bij de regeling voor fysieke schade kan er op verschillende momenten in de procedure een enquête volgen: na de schade-opname, na het adviesrapport en na het besluit. Al binnen enkele dagen na het besluit wordt het verzoek gestuurd.

    Wie gebruikmaakt van meerdere regelingen, krijgt ook meerdere enquêteverzoeken. Zowel na een besluit voor de regeling fysieke schade wordt om een mening gevraagd als ook na een besluit over een aanvraag over waardedaling. Het zijn immers verschillende regelingen met verschillende procedures.

  • Waarom heb ik geen enquête gekregen en kan het alsnog?

    Als het goed is, krijgt ieder adres een enquêteverzoek, mits er een e-mailadres bekend is. Nu kan het wel zijn dat er op een adres meerdere aanvragen worden gedaan. Om overlast te beperken, sturen we eenzelfde soort enquête nooit twee keer binnen drie maanden naar dezelfde persoon. Zo kan het dus voorkomen dat iemand niet gevraagd is om te reageren voor een bepaald besluit. Daarnaast kan er altijd iets misgaan zijn met de mail, waarbij een enquête bijvoorbeeld in de map ‘ongewenste mail/reclame’ belandde of geheel weg gefilterd werd door mailsystemen.

    Momenteel is niet voorzien dat een enquête alsnog verstuurd en ingevuld kan worden. We willen de meting liefst in zo vergelijkbaar mogelijk situaties laten plaatsvinden (bijvoorbeeld kort na een besluit). Als er alsnog veel andere mensen aangeven een enquête te willen invullen waar dat niet gelukt is, gaan we wel bekijken wat er mogelijk is.

  • Wat hebben aanvragers precies gezien?

    Maximaal 60 aanvragers hebben een overzicht gezien van schadedossiers. Schadezaken worden per 10 tegelijk getoond met het schadenummer, schadeadres, indieningsdatum van de schade, de schadezaak en de status van de schadezaak.

  • Konden de aanvragers de informatie van andere dossiers wijzigen?

    Nee, de informatie kon niet gewijzigd worden.

  • Konden de aanvragers door het dossier van een ander bladeren?

    Nee, er was een overzicht zichtbaar, geen inhoud van dossiers. Dossiers van anderen konden niet worden ingezien.

  • Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

    Op dit moment is het nog niet duidelijk wat de oorzaak van de storing is, dat zijn we aan het onderzoeken. Het belangrijkste is dat de storing is verholpen en dat dossiers van andere aanvragers niet meer zichtbaar zijn.

  • Wat betekent dit voor mijn dossier?

    Alle dossiers zijn beveiligd en alleen toegankelijk met de juiste inloggegevens. Hierdoor is het niet mogelijk om dossiers van andere aanvragers in te zien. Uw dossier is dus alleen toegankelijk met uw eigen inloggegevens.