Verder naar inhoud
Terug naar overzicht

Uitwerking werkwijze waardedaling gepubliceerd

291.jpg

Op verzoek van het Groninger Gasberaad heeft het IMG vandaag een uitwerking van de werkwijze gepubliceerd over de waardedaling. Omdat het bij het vergoeden van waardedaling gaat om een enorm aantal dossiers, zijn er veel bijzondere situaties. In de nieuwe publicatie worden daarom de meest voorkomende situaties beschreven.

Zeer grote aantallen

Verwacht wordt dat de Waardedalingsregeling tot circa 100.000-120.000 aanvragen leidt. Momenteel zijn er ruim 81.000 aanvragen gedaan. De meerderheid kent voor de afhandeling een eenvoudig, vrijwel geautomatiseerd proces. Een deel ervan vereist meer handwerk en circa 25 procent wordt afgewezen. De uitzonderingen en de afwijzingen leiden tot vragen, ook na ontvangst van een besluitbrief.

Wet vereist uitzonderingen

Met de uitwerking van de werkwijze wordt beoogd vooraf en achteraf meer duidelijkheid te geven. Niettemin zal ook dit document niet op alle vragen een antwoord bieden. Zoals de Tijdelijke wet Groningen, waarin de taak van het IMG wordt geregeld, ook beschrijft, moet het IMG overeenkomstig het civiele aansprakelijkheidsrecht besluiten nemen. Juist dat maakt dat de individuele omstandigheden van het geval deel kunnen moeten uitmaken van een besluit.

Verder toelichting werkwijze

Voor de grootste groep aanvragers zijn de situaties zeer vergelijkbaar, maar gezien de enorme aantallen aanvragen (ongekend voor Nederlandse begrippen) is voor toch nog honderden verschillende situaties een vorm van maatwerk nodig. Deze uitwerking is daarom een stuk gedetailleerder, maar nog steeds zijn het alleen de hoofdlijnen.

Bijzondere situaties

Er is een aantal belangrijke onderwerpen die bij relatief grote groepen aanvragers tot vragen leiden:

  1. De manier waarop wordt omgegaan met een huis dat tussen 16 augustus 2012 en 1 januari 2019 is verkocht,
  2. Het berekenen van de waardedaling op basis van de WOZ,
  3. Situaties waarbij eerder al gebruik is gemaakt van de NAM-waarderegeling,
  4. Als de woning deel uitmaakt van een erfenis,
  5. Als er sprake is van (aanstaande) sloop en nieuwbouw van een woning vanuit het versterkingsprogramma.

Meer maatwerk volgt

Het IMG had vooraf niet kunnen voorzien dat bijvoorbeeld voor die laatste groep nog zoveel aanvragen binnen zouden komen. Reden waarom er bij de start niet met meer nadruk over is gecommuniceerd.

Het is niet uit te sluiten dat zich meer andersoortige situaties voordoen waar grote aantallen aanvragen om maatwerk vragen. Zo is bijvoorbeeld recent duidelijk geworden dat meer maatwerk nodig is bij gebouwen en percelen met een dubbelfunctie van wonen én werken (zoals een agrarisch bedrijf met woonhuis). Binnenkort publiceert het IMG hierover meer aanvullende informatie.

Al 62.000 besluiten

Het IMG probeert betreffende aanvragers zo goed mogelijk vooraf en achteraf te informeren, zoals met de brief met daarin het besluit op de aanvraag. Dat is nog niet in alle gevallen even goed gelukt. De Waardedalingsregeling is volkomen nieuw waarbij snelheid van handelen en besluiten ook zwaar weegt. Zo zijn er inmiddels 62.000 besluiten genomen en is er 306 miljoen euro vergoeding toegekend sinds oktober 2020. Bij meer dan 90 procent wordt het besluit binnen 8 weken genomen, waarna uitbetaling van de vergoeding doorgaans binnen enkele dagen volgt.

Vragen (en antwoorden)

We verwachten dat er vragen zullen blijven. U kunt die hier onder dit verhaal stellen, maar ons ook mailen of bellen. Houd u er rekening mee dat er periodes zijn waarin er veel gebeld wordt en dat u daardoor soms langer moet wachten aan de telefoon. Op sommige vragen is ook nog niet direct een antwoord omdat het nieuwe situaties betreft. Op deze website wordt onder het kopje ‘methodiek’ al wel veel achtergronden toegelicht. Onder de noemer 'bijzondere situaties' is er veel detailinformatie over bijvoorbeeld stichting WAG, de NAM-waarderegeling en sloop en nieuwbouw vanwege versterking. Hier treft u de werkwijze (hoofdstuk 3 gaat over waardedaling) zoals die op 1 juli is gepubliceerd en verder de nu gepubliceerde uitwerking daarvan.

Het Groninger Gasberaad stelde ons onlangs ook een aantal vragen. De antwoorden zijn op de website van het Groninger Gasberaad gepubliceerd.

  • Welke situaties kunnen zich nu voordoen?

    1. Aanvragen ingediend vóór 5 november waar vergoeding voor waardedaling werd toegekend, maar waar blijkt dat er sprake is van uitgevoerd of nog uit te voeren sloop en nieuwbouw. De vergoeding wordt bij deze groep niet teruggevorderd. Gelijke gevallen moeten immers gelijk worden behandeld. Dit vloeit voort uit het feit dat de minister verzocht geen vergoeding terug te vorderen en de kosten daarvan voor zijn rekening te nemen.
    2. Aanvragen ingediend ná 5 november. Er is dan expliciet in de procedure ‘nee’ geantwoord op de vraag of de aanvrager bekend is met sloop en nieuwbouw op zijn adres. Als het adres ook niet voorkomt op de dan aanwezige NCG-lijst, keert het IMG vergoeding uit. Als later het adres alsnog op de NCG-lijst komt, zal het IMG onderzoeken of de aanvrager had kunnen weten dat er sprake is van sloop en nieuwbouw. In die gevallen vordert het IMG de vergoeding terug, waarbij waar nodig maatwerk zal worden toegepast in de wijze waarop.
    3. Aanvragen voor vergoeding van waardedaling ingediend én besloten door het IMG vóórdat de NCG een toezegging doet over sloop en nieuwbouw worden door het IMG vergoed. Als voorafgaand aan besluitvorming door het IMG wel al wordt doorgegeven door de NCG dat sloop en nieuwbouw zijn toegezegd, dan wijst het IMG de aanvraag af.
  • Hoe wordt het gemiddelde berekend?

    Het gemiddelde voor het IMG wordt gebaseerd op het gemiddelde cijfer dat voor de afhandeling van fysieke schade wordt gegeven en op het gemiddelde cijfer dat voor waardedaling wordt gegeven. Daarbij wordt meegewogen hoeveel besluiten het IMG nam voor die specifieke regeling. Hiermee zegt het gemiddelde zo veel mogelijk over de beleving van alle aanvragers over alle besluiten.

    Na het besluit over een aanvraag tot vergoeding van fysieke schade is daarbij de vraag: “Welk rapportcijfer geeft u het besluit dat u ontvangen heeft?” Sinds de start van de meting (juni 2019) gaven 8.000 respondenten een 7,7.
    Na een besluit over een aanvraag voor Waardedaling is daarbij de vraag: “Hoe tevreden bent u over het indienen en afhandelen van uw aanvraag?” Sinds de start van deze meting (november 2020) gaven 6.752 respondenten een 8,1.

    Aangezien de respons op het verzoek om een reactie op de enquête voor beide regelingen hoog is (meer dan 25 procent voor de enquête over het besluit), worden beide cijfers als representatief beschouwd voor de beoordeling van een van beide regelingen. Maar de aantallen besluiten over de regelingen kennen getalsmatig geen gelijke omvang.

    Het totaalaantal besluiten van het IMG voor beide regelingen is momenteel 107.606. Er zijn 58.141 besluiten (54 procent van alle besluiten) genomen over aanvragen tot vergoeding van fysieke schade. Er zijn 49.465 besluiten (46 procent van alle besluiten) genomen over aanvragen tot vergoeding van waardedaling.

    Bij het bepalen van het gemiddelde weegt het cijfer voor fysieke schade daarom voor 54 procent mee en voor waardedaling 46 procent. Het doorlopende (over de hele periode), gewogen (afgezet tegen het aantal besluiten) gemiddelde voor de besluiten van het IMG komt daarmee op: 7,9, gebaseerd op in totaal ruim 14.500 respondenten.

  • Wie wordt wanneer om een mening gevraagd?

    Als het IMG een e-mailadres heeft van een aanvrager wordt altijd ergens in de procedure een enquête gestuurd. Uitzondering vormen de adressen waar woningcorporaties en vastgoedbeheerders als eigenaar staan geregistreerd.

    Bij de regeling voor fysieke schade kan er op verschillende momenten in de procedure een enquête volgen: na de schade-opname, na het adviesrapport en na het besluit. Al binnen enkele dagen na het besluit wordt het verzoek gestuurd.

    Wie gebruikmaakt van meerdere regelingen, krijgt ook meerdere enquêteverzoeken. Zowel na een besluit voor de regeling fysieke schade wordt om een mening gevraagd als ook na een besluit over een aanvraag over waardedaling. Het zijn immers verschillende regelingen met verschillende procedures.

  • Waarom heb ik geen enquête gekregen en kan het alsnog?

    Als het goed is, krijgt ieder adres een enquêteverzoek, mits er een e-mailadres bekend is. Nu kan het wel zijn dat er op een adres meerdere aanvragen worden gedaan. Om overlast te beperken, sturen we eenzelfde soort enquête nooit twee keer binnen drie maanden naar dezelfde persoon. Zo kan het dus voorkomen dat iemand niet gevraagd is om te reageren voor een bepaald besluit. Daarnaast kan er altijd iets misgaan zijn met de mail, waarbij een enquête bijvoorbeeld in de map ‘ongewenste mail/reclame’ belandde of geheel weg gefilterd werd door mailsystemen.

    Momenteel is niet voorzien dat een enquête alsnog verstuurd en ingevuld kan worden. We willen de meting liefst in zo vergelijkbaar mogelijk situaties laten plaatsvinden (bijvoorbeeld kort na een besluit). Als er alsnog veel andere mensen aangeven een enquête te willen invullen waar dat niet gelukt is, gaan we wel bekijken wat er mogelijk is.

  • Wat hebben aanvragers precies gezien?

    Maximaal 60 aanvragers hebben een overzicht gezien van schadedossiers. Schadezaken worden per 10 tegelijk getoond met het schadenummer, schadeadres, indieningsdatum van de schade, de schadezaak en de status van de schadezaak.

  • Konden de aanvragers de informatie van andere dossiers wijzigen?

    Nee, de informatie kon niet gewijzigd worden.

  • Konden de aanvragers door het dossier van een ander bladeren?

    Nee, er was een overzicht zichtbaar, geen inhoud van dossiers. Dossiers van anderen konden niet worden ingezien.

  • Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

    Op dit moment is het nog niet duidelijk wat de oorzaak van de storing is, dat zijn we aan het onderzoeken. Het belangrijkste is dat de storing is verholpen en dat dossiers van andere aanvragers niet meer zichtbaar zijn.

  • Wat betekent dit voor mijn dossier?

    Alle dossiers zijn beveiligd en alleen toegankelijk met de juiste inloggegevens. Hierdoor is het niet mogelijk om dossiers van andere aanvragers in te zien. Uw dossier is dus alleen toegankelijk met uw eigen inloggegevens.