Verder naar inhoud
Terug naar overzicht

Rapport diepe bodemdaling en -stijging gepubliceerd

511.jpg

Kennisinstituten TNO en TU Delft hebben hun rapport opgeleverd over de kans op schade door diepe bodemdaling en -stijging in het Groningenveld en de gasopslag Norg. Het IMG gaat dit nader bestuderen en bespreken met lokale overheden en maatschappelijke organisaties. Streven is om april/mei een besluit te nemen over het vervolg.

Geen directe relatie diepe bodemdaling en schade

Op basis van de studie wordt door de deskundigen van TNO en TU Delft in hun rapport geconcludeerd dat diepe bodemdaling (en -stijging) in de gasopslag Norg en het Groningenveld niet leidt of heeft geleid tot schade aan gebouwen. Lees hier de conclusies.

Geen advies nodig voor beoordelen schade

Aangezien de studie uitwijst dat er geen directe relatie is met het ontstaan van schade door diepe bodemdaling, is er ook geen advies gegeven hoe dan die eventuele schade vast te stellen en te beoordelen bij individuele schademeldingen.

Eerst in gesprek

Het IMG gebruikt de komende weken om met maatschappelijke organisaties, vertegenwoordigers van bewoners en met betreffende gemeenten te spreken over het net opgeleverde rapport en de conclusies. Omwille van de doorlooptijd zal het IMG een selectie van organisaties daartoe uitnodigen. Daarbij worden ook openbare, online kennissessies georganiseerd. Het IMG verzamelt op zijn website alle maatschappelijke reacties over hoe met de uitkomsten om te gaan en eventueel technisch inhoudelijk commentaar. Het IMG zal vervolgens deze reacties van een antwoord voorzien.

Proces

  • Publicatie rapport (heden)
  • Reacties en vragen maatschappelijke organisaties (reactietermijn tot 31 maart)
  • Publicatie maatschappelijke inbreng en reactie daarop, als ook het besluit van het IMG (streven april/mei)

Twee specifieke gebieden

Het IMG had het onderzoek gelast nadat de onafhankelijke deskundigen van expertisebureaus die adviseren over individuele schades in de zomer van 2020 zelf hadden geconcludeerd dat er geen schade kan zijn ontstaan door diepe bodemdaling en -stijging. Er werden tientallen schademeldingen afgewezen. Dit raakt direct twee gebieden in Noordwest Drenthe en Zuidoost Groningen. De gebouwen zijn er niet geraakt door de bevingen in het Groningenveld, maar staan wel in het effectgebied van diepe bodemdaling – en stijging.

De afwijzingen zorgden voor verwarring en onrust. Een panel van juridisch en technisch deskundigen had in januari 2019 juist aangegeven dat ook daar niet kan worden uitgesloten dat er door deze vorm van bodembeweging schade kan ontstaan. Ook in die twee gebieden is daarom het wettelijk bewijsvermoeden van toepassing. Zodoende werd er tussen januari 2019 en de zomer van 2020 bij circa 700 adressen al wel schadevergoeding toegekend, met een gemiddelde vergoeding van circa 10.500 euro.

Effectgebieden trillingen en diepe bodemdaling

effectgebieden Huizinge en bodemdaling en stijging

Gebieden 1 en 2 liggen buiten het effectgebied van de zwaarste beving (Huizinge, 16 augustus 2012) en binnen het gebied waar sprake kan zijn van diepe bodemdaling en stijging. Er zijn circa 2.000 schademeldingen gedaan, waarvan er circa 750 zijn afgehandeld.

Schadeafhandeling stilgelegd

Hangende het gevraagde advies van TNO en TU Delft, legde het IMG begin september 2020 de schadeafhandeling stil voor circa 1.250 openstaande schademeldingen in die twee specifieke gebieden. Sindsdien zijn er ook nieuwe schademeldingen bijgekomen. In totaal staan er daardoor nu nog ruim 1.400 schademeldingen open. In het gebied staan in totaal ruim 23.000 woningen.

Onzekerheid

Het IMG is zich ervan bewust dat het stilleggen van de openstaande schademeldingen en de uitkomsten van het nu gepubliceerde rapport onzekerheid meebrengen. Het Instituut kan echter niet zonder meer voorbijgaan aan de aanvankelijke twijfel onder de onafhankelijke deskundigen en de inzichten in het nieuwe, nu opgeleverde rapport van TNO en TU Delft.

Webinars

Samen met het IMG geven deskundigen van TNO en TU Delft deze maand drie webinars (online presentaties) om hun onderzoeksresultaten toe te lichten. Aan elke webinar kunnen maximaal 250 mensen deelnemen. De vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties krijgen hoe dan ook een plek. Wilt u als individuele inwoner deelnemen aan een van deze webinars? Lees hier meer. Een van de webinars wordt als geheel opgenomen en nadien beschikbaar gesteld voor wie niet in de gelegenheid was om het bij te wonen.

  • Welke situaties kunnen zich nu voordoen?

    1. Aanvragen ingediend vóór 5 november waar vergoeding voor waardedaling werd toegekend, maar waar blijkt dat er sprake is van uitgevoerd of nog uit te voeren sloop en nieuwbouw. De vergoeding wordt bij deze groep niet teruggevorderd. Gelijke gevallen moeten immers gelijk worden behandeld. Dit vloeit voort uit het feit dat de minister verzocht geen vergoeding terug te vorderen en de kosten daarvan voor zijn rekening te nemen.
    2. Aanvragen ingediend ná 5 november. Er is dan expliciet in de procedure ‘nee’ geantwoord op de vraag of de aanvrager bekend is met sloop en nieuwbouw op zijn adres. Als het adres ook niet voorkomt op de dan aanwezige NCG-lijst, keert het IMG vergoeding uit. Als later het adres alsnog op de NCG-lijst komt, zal het IMG onderzoeken of de aanvrager had kunnen weten dat er sprake is van sloop en nieuwbouw. In die gevallen vordert het IMG de vergoeding terug, waarbij waar nodig maatwerk zal worden toegepast in de wijze waarop.
    3. Aanvragen voor vergoeding van waardedaling ingediend én besloten door het IMG vóórdat de NCG een toezegging doet over sloop en nieuwbouw worden door het IMG vergoed. Als voorafgaand aan besluitvorming door het IMG wel al wordt doorgegeven door de NCG dat sloop en nieuwbouw zijn toegezegd, dan wijst het IMG de aanvraag af.
  • Hoe wordt het gemiddelde berekend?

    Het gemiddelde voor het IMG wordt gebaseerd op het gemiddelde cijfer dat voor de afhandeling van fysieke schade wordt gegeven en op het gemiddelde cijfer dat voor waardedaling wordt gegeven. Daarbij wordt meegewogen hoeveel besluiten het IMG nam voor die specifieke regeling. Hiermee zegt het gemiddelde zo veel mogelijk over de beleving van alle aanvragers over alle besluiten.

    Na het besluit over een aanvraag tot vergoeding van fysieke schade is daarbij de vraag: “Welk rapportcijfer geeft u het besluit dat u ontvangen heeft?” Sinds de start van de meting (juni 2019) gaven 8.000 respondenten een 7,7.
    Na een besluit over een aanvraag voor Waardedaling is daarbij de vraag: “Hoe tevreden bent u over het indienen en afhandelen van uw aanvraag?” Sinds de start van deze meting (november 2020) gaven 6.752 respondenten een 8,1.

    Aangezien de respons op het verzoek om een reactie op de enquête voor beide regelingen hoog is (meer dan 25 procent voor de enquête over het besluit), worden beide cijfers als representatief beschouwd voor de beoordeling van een van beide regelingen. Maar de aantallen besluiten over de regelingen kennen getalsmatig geen gelijke omvang.

    Het totaalaantal besluiten van het IMG voor beide regelingen is momenteel 107.606. Er zijn 58.141 besluiten (54 procent van alle besluiten) genomen over aanvragen tot vergoeding van fysieke schade. Er zijn 49.465 besluiten (46 procent van alle besluiten) genomen over aanvragen tot vergoeding van waardedaling.

    Bij het bepalen van het gemiddelde weegt het cijfer voor fysieke schade daarom voor 54 procent mee en voor waardedaling 46 procent. Het doorlopende (over de hele periode), gewogen (afgezet tegen het aantal besluiten) gemiddelde voor de besluiten van het IMG komt daarmee op: 7,9, gebaseerd op in totaal ruim 14.500 respondenten.

  • Wie wordt wanneer om een mening gevraagd?

    Als het IMG een e-mailadres heeft van een aanvrager wordt altijd ergens in de procedure een enquête gestuurd. Uitzondering vormen de adressen waar woningcorporaties en vastgoedbeheerders als eigenaar staan geregistreerd.

    Bij de regeling voor fysieke schade kan er op verschillende momenten in de procedure een enquête volgen: na de schade-opname, na het adviesrapport en na het besluit. Al binnen enkele dagen na het besluit wordt het verzoek gestuurd.

    Wie gebruikmaakt van meerdere regelingen, krijgt ook meerdere enquêteverzoeken. Zowel na een besluit voor de regeling fysieke schade wordt om een mening gevraagd als ook na een besluit over een aanvraag over waardedaling. Het zijn immers verschillende regelingen met verschillende procedures.

  • Waarom heb ik geen enquête gekregen en kan het alsnog?

    Als het goed is, krijgt ieder adres een enquêteverzoek, mits er een e-mailadres bekend is. Nu kan het wel zijn dat er op een adres meerdere aanvragen worden gedaan. Om overlast te beperken, sturen we eenzelfde soort enquête nooit twee keer binnen drie maanden naar dezelfde persoon. Zo kan het dus voorkomen dat iemand niet gevraagd is om te reageren voor een bepaald besluit. Daarnaast kan er altijd iets misgaan zijn met de mail, waarbij een enquête bijvoorbeeld in de map ‘ongewenste mail/reclame’ belandde of geheel weg gefilterd werd door mailsystemen.

    Momenteel is niet voorzien dat een enquête alsnog verstuurd en ingevuld kan worden. We willen de meting liefst in zo vergelijkbaar mogelijk situaties laten plaatsvinden (bijvoorbeeld kort na een besluit). Als er alsnog veel andere mensen aangeven een enquête te willen invullen waar dat niet gelukt is, gaan we wel bekijken wat er mogelijk is.

  • Wat hebben aanvragers precies gezien?

    Maximaal 60 aanvragers hebben een overzicht gezien van schadedossiers. Schadezaken worden per 10 tegelijk getoond met het schadenummer, schadeadres, indieningsdatum van de schade, de schadezaak en de status van de schadezaak.

  • Konden de aanvragers de informatie van andere dossiers wijzigen?

    Nee, de informatie kon niet gewijzigd worden.

  • Konden de aanvragers door het dossier van een ander bladeren?

    Nee, er was een overzicht zichtbaar, geen inhoud van dossiers. Dossiers van anderen konden niet worden ingezien.

  • Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

    Op dit moment is het nog niet duidelijk wat de oorzaak van de storing is, dat zijn we aan het onderzoeken. Het belangrijkste is dat de storing is verholpen en dat dossiers van andere aanvragers niet meer zichtbaar zijn.

  • Wat betekent dit voor mijn dossier?

    Alle dossiers zijn beveiligd en alleen toegankelijk met de juiste inloggegevens. Hierdoor is het niet mogelijk om dossiers van andere aanvragers in te zien. Uw dossier is dus alleen toegankelijk met uw eigen inloggegevens.