Verder naar inhoud
Terug naar overzicht

Eerste webinar trekt enkele tientallen inwoners

254.jpg

Het eerste webinar over diepe bodemdaling (en -stijging) trok gisteren enkele tientallen inwoners van Groningen en Drenthe. Ze werden bijgepraat en konden vragen stellen aan directeur Hans Houdijk van het IMG en de onderzoekers Jan Rots (TU Delft) en Chris Geurts (TNO).

Geen inspecties bij onderzoek

Een deel van de vragenstellers wilde vooral meer weten over de wijze waarop de onderzoekers tot hun conclusies waren gekomen waarbij ze enkele suggesties deden. “Waarom betrekt u niet die vele duizenden schademeldingen in uw onderzoek?” Maar het leeuwendeel van de vragen ging vooral naar het IMG. “Wijzigt u niet gewoon tussentijds de regels?”

Het raakt mensen

Het was voor het eerst dat het IMG een online bijeenkomst organiseerde. De bijeenkomst verliep goed in de zin dat de techniek niet haperde en iedereen aan bod kwam. En hoewel ordentelijk en keurig, werd snel duidelijk dat het veel mensen niet in de koude kleren gaat zitten, zoals directeur Hans Houdijk in zijn slotwoord opmerkte.

‘Wind waait door de kamer’

“Als leek heb ik er geen enkele kijk op of ervaring mee. Alles wat je hoort van de rest van de straat is dat er bij iedereen wordt toegekend. En dan wordt ineens dit rapport erin geslingerd!”, liet een inwoner uit Alteveer weten. Een ander uit Pekela: “Er wordt al jaren gas uit de grond gehaald. Als iets uit de grond wordt gehaald, dan verandert er iets. Jullie kunnen mij niet wijsmaken dat hier niks aan de hand is. Met de wind vandaag, het waait gewoon door de kamer. Het raakt me erg en het irriteert me.”

Meest ongunstige situatie

Onderzoekers Rots en Geurts maakten duidelijk dat zij in hun onderzoek uit zijn gegaan van de meest ongunstige scenario’s en dat ze daartoe allerlei nieuwe berekeningen uitvoerden. Zo werd niet eerder ook satellietdata gebruikt. Er werd geverifieerd dat de theoretische modellen uitgaan van een meer ongunstige situatie dan de satellietdata laten zien. De marge is daarbij groot: de diepe bodemdaling moet nog wel 5,5 tot 16 keer zo groot zijn om een scheur van 0,1 mm te kunnen veroorzaken.

Onderzoek onnodig

Een van de toehoorders hekelde vooral het feit dát het IMG meer onderzoek had gelast. “Toen het aantal afwijzingen toenam, waarom heeft u toen niet vooral de deskundigen aangesproken op het paneladvies dat u al had? Dat advies is heel helder. Waarom ga je dan een technisch onderzoek? Want je doet dan al af aan de uitgangspunten. Maar kijk gewoon eerst eens of dat advies door deskundigen goed is toegepast.”

Bewijsvermoeden toegepast

De opmerking kreeg veel bijval. Directeur Hans Houdijk lichtte op vervolgvragen toe dat de onafhankelijke deskundigen die over individuele aanvragen adviseren telkens wel het advies hebben gevolgd in die zin dat zij telkens een uitsluitend andere oorzaak aanwezen voor het ontstaan van de schades. De reactie daarop was: “Het is al eerder onderzocht. Je mag toch niet ineens de spelregels veranderen? Als je in 2019 het advies omhelst van het panel, dan moet je je daaraan houden. Op grond daarvan zijn de aanvragen gedaan.”

Wonen op grenzen

Dat de materie, maar ook de uitvoering complex is, lieten de individuele voorbeelden wel zien. Veel mensen wonen net op de rand van het effectgebied van de beving van Huizinge of daar net buiten. Zij zien in hun omgeving dat schades wel worden afgehandeld, maar dat de aanvraag bij henzelf stilligt. In de webinar was het lastig voor het IMG snel helderheid te bieden voor die individuele situatie. Waarop iemand uit Nieuwediep verzuchtte: “We zitten net op de grens, 500 meter verder. Waarom vallen wij onder dit gebied, toevallig omdat ik net in Drenthe woon? Ja ik ben leek. Hoe weet ik nu waar ik moet zijn? Er staan hier 50 woningen, en die hebben wel geld gehad. Prachtige filmpjes, maar het zegt me helemaal niks.”

Opmerkingen meegewogen

Iemand uit Zevenhuizen stipte een ander heikel punt aan: het onderzoek van de TU Delft en TNO richt zich niet op andere oorzaken van schade, zoals de zoutwinning, maar ook de indirecte invloed van diepe bodemdaling op de grondwaterstanden die ook tot schade zou kunnen leiden. De onderzoekers hebben de adviesopdracht van het IMG gevolgd. Hans Houdijk verzekerde daarom dat het IMG momenteel onderzoek naar laat doen en dat het nog altijd de bedoeling is rond mei een besluit te nemen over de vervolgstappen. De in de webinar genoemde opmerkingen, ook die in de chat verschenen, zullen daarbij worden meegewogen.

  • Welke situaties kunnen zich nu voordoen?

    1. Aanvragen ingediend vóór 5 november waar vergoeding voor waardedaling werd toegekend, maar waar blijkt dat er sprake is van uitgevoerd of nog uit te voeren sloop en nieuwbouw. De vergoeding wordt bij deze groep niet teruggevorderd. Gelijke gevallen moeten immers gelijk worden behandeld. Dit vloeit voort uit het feit dat de minister verzocht geen vergoeding terug te vorderen en de kosten daarvan voor zijn rekening te nemen.
    2. Aanvragen ingediend ná 5 november. Er is dan expliciet in de procedure ‘nee’ geantwoord op de vraag of de aanvrager bekend is met sloop en nieuwbouw op zijn adres. Als het adres ook niet voorkomt op de dan aanwezige NCG-lijst, keert het IMG vergoeding uit. Als later het adres alsnog op de NCG-lijst komt, zal het IMG onderzoeken of de aanvrager had kunnen weten dat er sprake is van sloop en nieuwbouw. In die gevallen vordert het IMG de vergoeding terug, waarbij waar nodig maatwerk zal worden toegepast in de wijze waarop.
    3. Aanvragen voor vergoeding van waardedaling ingediend én besloten door het IMG vóórdat de NCG een toezegging doet over sloop en nieuwbouw worden door het IMG vergoed. Als voorafgaand aan besluitvorming door het IMG wel al wordt doorgegeven door de NCG dat sloop en nieuwbouw zijn toegezegd, dan wijst het IMG de aanvraag af.
  • Hoe wordt het gemiddelde berekend?

    Het gemiddelde voor het IMG wordt gebaseerd op het gemiddelde cijfer dat voor de afhandeling van fysieke schade wordt gegeven en op het gemiddelde cijfer dat voor waardedaling wordt gegeven. Daarbij wordt meegewogen hoeveel besluiten het IMG nam voor die specifieke regeling. Hiermee zegt het gemiddelde zo veel mogelijk over de beleving van alle aanvragers over alle besluiten.

    Na het besluit over een aanvraag tot vergoeding van fysieke schade is daarbij de vraag: “Welk rapportcijfer geeft u het besluit dat u ontvangen heeft?” Sinds de start van de meting (juni 2019) gaven 8.000 respondenten een 7,7.
    Na een besluit over een aanvraag voor Waardedaling is daarbij de vraag: “Hoe tevreden bent u over het indienen en afhandelen van uw aanvraag?” Sinds de start van deze meting (november 2020) gaven 6.752 respondenten een 8,1.

    Aangezien de respons op het verzoek om een reactie op de enquête voor beide regelingen hoog is (meer dan 25 procent voor de enquête over het besluit), worden beide cijfers als representatief beschouwd voor de beoordeling van een van beide regelingen. Maar de aantallen besluiten over de regelingen kennen getalsmatig geen gelijke omvang.

    Het totaalaantal besluiten van het IMG voor beide regelingen is momenteel 107.606. Er zijn 58.141 besluiten (54 procent van alle besluiten) genomen over aanvragen tot vergoeding van fysieke schade. Er zijn 49.465 besluiten (46 procent van alle besluiten) genomen over aanvragen tot vergoeding van waardedaling.

    Bij het bepalen van het gemiddelde weegt het cijfer voor fysieke schade daarom voor 54 procent mee en voor waardedaling 46 procent. Het doorlopende (over de hele periode), gewogen (afgezet tegen het aantal besluiten) gemiddelde voor de besluiten van het IMG komt daarmee op: 7,9, gebaseerd op in totaal ruim 14.500 respondenten.

  • Wie wordt wanneer om een mening gevraagd?

    Als het IMG een e-mailadres heeft van een aanvrager wordt altijd ergens in de procedure een enquête gestuurd. Uitzondering vormen de adressen waar woningcorporaties en vastgoedbeheerders als eigenaar staan geregistreerd.

    Bij de regeling voor fysieke schade kan er op verschillende momenten in de procedure een enquête volgen: na de schade-opname, na het adviesrapport en na het besluit. Al binnen enkele dagen na het besluit wordt het verzoek gestuurd.

    Wie gebruikmaakt van meerdere regelingen, krijgt ook meerdere enquêteverzoeken. Zowel na een besluit voor de regeling fysieke schade wordt om een mening gevraagd als ook na een besluit over een aanvraag over waardedaling. Het zijn immers verschillende regelingen met verschillende procedures.

  • Waarom heb ik geen enquête gekregen en kan het alsnog?

    Als het goed is, krijgt ieder adres een enquêteverzoek, mits er een e-mailadres bekend is. Nu kan het wel zijn dat er op een adres meerdere aanvragen worden gedaan. Om overlast te beperken, sturen we eenzelfde soort enquête nooit twee keer binnen drie maanden naar dezelfde persoon. Zo kan het dus voorkomen dat iemand niet gevraagd is om te reageren voor een bepaald besluit. Daarnaast kan er altijd iets misgaan zijn met de mail, waarbij een enquête bijvoorbeeld in de map ‘ongewenste mail/reclame’ belandde of geheel weg gefilterd werd door mailsystemen.

    Momenteel is niet voorzien dat een enquête alsnog verstuurd en ingevuld kan worden. We willen de meting liefst in zo vergelijkbaar mogelijk situaties laten plaatsvinden (bijvoorbeeld kort na een besluit). Als er alsnog veel andere mensen aangeven een enquête te willen invullen waar dat niet gelukt is, gaan we wel bekijken wat er mogelijk is.

  • Wat hebben aanvragers precies gezien?

    Maximaal 60 aanvragers hebben een overzicht gezien van schadedossiers. Schadezaken worden per 10 tegelijk getoond met het schadenummer, schadeadres, indieningsdatum van de schade, de schadezaak en de status van de schadezaak.

  • Konden de aanvragers de informatie van andere dossiers wijzigen?

    Nee, de informatie kon niet gewijzigd worden.

  • Konden de aanvragers door het dossier van een ander bladeren?

    Nee, er was een overzicht zichtbaar, geen inhoud van dossiers. Dossiers van anderen konden niet worden ingezien.

  • Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

    Op dit moment is het nog niet duidelijk wat de oorzaak van de storing is, dat zijn we aan het onderzoeken. Het belangrijkste is dat de storing is verholpen en dat dossiers van andere aanvragers niet meer zichtbaar zijn.

  • Wat betekent dit voor mijn dossier?

    Alle dossiers zijn beveiligd en alleen toegankelijk met de juiste inloggegevens. Hierdoor is het niet mogelijk om dossiers van andere aanvragers in te zien. Uw dossier is dus alleen toegankelijk met uw eigen inloggegevens.