Verder naar inhoud
Terug naar overzicht

Met een hoogwerker langs de gewelven

Een bouwkundig op een hoogwerker onderzoekt de gewelven van de Groningse Martinikerk

Wie denkt aan de stad Groningen, denkt aan de Martinitoren. Centraal gelegen aan de Grote Markt is ‘d’Olle Grieze’ een monument om trots op te zijn. Niet minder imposant is de grote Martinikerk die ernaast ligt. De oorspronkelijke kruiskerk stamt uit de 13e eeuw. Later werd het gebouw uitgebreid tot de grote hallenkerk die het nu is. Vele stadjers hebben iets met de kerk. Bijvoorbeeld omdat ze er colleges volgden, concerten bezochten, trouwden of afscheid namen. In februari kon dat allemaal even niet, want de kerk was dicht voor bouwkundige inspectie.

Op ooghoogte

“We controleren de kerk regelmatig”, vertelt Betty Knigge, directeur van Stichting Martinikerk Groningen. “Maar dat zijn altijd inspecties vanaf de grond. Onze constructeur gaf aan dat het nodig was om alles weer eens secuur op ooghoogte bij langs te gaan. Van de grafzerken op de begane grond tot de 25 meter hoge gewelven.”

Twee weken dicht

Omdat hiervoor een hoogwerker nodig is, besloot de stichting de kerk in februari twee weken te sluiten. “Dat is geen beslissing die je makkelijk neemt, want de Martinikerk is ook een evenementenlocatie. We willen onze klanten niet teleurstellen. Daarom houden we het kort en benutten we de sluiting zo efficiënt mogelijk. Met de hoogwerker inspecteren specialisten het hele gebouw. Ze fotograferen en beschrijven alle schades. Als het kan, laten we ze meteen herstellen. Daarvoor staat een team restaurateurs en stukadoors klaar. En we houden grote schoonmaak.”

Anne Wieringa en Betty Knigge bekijken de schadeinspectie van de Groningse Martinikerk

Droomklus

Voor bouwkundige Anne Wieringa, gespecialiseerd in monumenten, is de Martinikerk een droomklus. “Het is de oudste kerk van Groningen, een historische toplocatie. Sinds de bouw in de 13e eeuw zijn er verschillende uitbreidingen geweest. Die in de 15e eeuw pakte niet zo goed uit, want de Martinitoren en een deel van de kerk stortten in. Lopend door het gebouw zie je de geschiedenis, onder andere, aan de stenen. Voor het oudste deel zijn van die dikke kloostermoppen gebruikt, in jongere delen zijn de stenen dunner. Ook de gewelven zijn allemaal anders. En ja, in sommige zitten scheuren.”

Versnelde veroudering

“Sommige scheuren ontstonden geleidelijk, andere kwamen zichtbaar kortgeleden aan de oppervlakte. Dat kan allerlei oorzaken hebben. Gebouwen bestaan uit verschillende materialen, die op verschillende manieren ‘werken’. Ook verbouwingen en herstellingen werken door. Bovendien beweegt een gebouw door de wind, door zwaar verkeer en door beweging in de grond zoals aardbevingen.”

“Toch zul je mij niet snel horen zeggen dat iets specifiek aardbevingsschade is. Als bouwtechnisch adviseur van monumenten kijk ik anders naar een scheur dan een constructeur. Ik denk: is die scheur constructief een zorg, is er een esthetisch belang om ‘m te herstellen? Verlies ik door herstel monumentale waarde? Constructeurs zien echter iets gebeuren wat ze nog niet eerder hebben gezien, namelijk versnelde veroudering van de scheur. En dat zou wel degelijk door de aardbevingen kunnen komen.”

Noodverband

“Nu we met hoogwerkers alles van dichtbij bekijken, geeft de constructeur aan: ik zie andere scheuren dan een paar jaar geleden. Er zijn stabiele scheuren en scheuren die aanmerkelijk groter zijn geworden. Zowel aan de onder- als aan de bovenkant van de gewelven. Dat is opmerkelijk.”

“Bij een aantal beschadigde ribben – de steenranden langs de gewelven – leggen we een noodverband aan om te voorkomen dat er een gevaarlijke situatie ontstaat. Materialen die los aan de wand zitten, zoals pleister, vegen we weg. Het is dus veilig om in de kerk te zijn. Maar we zien ook urgente scheuren, die we de komende jaren moeten aanpakken. En dan gaat het niet alleen om het herstellen van de scheur, maar ook over het schilderwerk. Van sommige muurschilderingen hangen delen los. Dat zie je niet, maar je hoort het als je erop klopt. Als je daar niks aan doet, wordt het erger.”

Schade melden

De Stichting Martinikerk Groningen vroeg het IMG om een deskundige te sturen om de schade op te nemen. “Maar dat kan nu helaas niet”, legt zaakbegeleider Addy Hooijer van het IMG uit. “Om onze nieuwe werkwijze goed in te kunnen voeren, is het op dit moment niet mogelijk om schades te melden. Tenzij het gaat om een acuut onveilig situatie, maar dat is hier gelukkig niet aan de orde. Monumentenzorg kijkt mee bij de werkzaamheden in de Martinikerk. De schade wordt gefotografeerd en nauwkeurig beschreven. Als het straks weer mogelijk is om schade te melden, kunnen onze deskundigen die aan de hand van de foto’s beoordelen.”

Baken

Betty Knigge verwacht dat het herstel een werk van jaren wordt. “Vanwege de planning, het regelen van vergunningen en de financiering. We gaan het in elk geval zorgvuldig aanpakken, want de Martinikerk is een van de belangrijkste monumenten van het land. Dit erfgoed is van iedereen, veel Groningers hebben er iets mee. Een gevoel van: dit is mijn kerk, mijn toren, mijn baken. Een poosje geleden lekte de zakgoot. De loodgieter die kwam kijken wat er moest gebeuren, ging het meteen fiksen. ‘Tof dat je dat doet’, zei ik. Hij antwoordde: ‘Maar dit is ook mijn kerk’. Zo bijzonder. Dat wil je in ere houden.”