Verder naar inhoud
Terug naar overzicht

Effectgebied na een nieuwe beving

135.jpg

Bij een nieuwe beving vermeldt het IMG sinds enkele jaren het aantal schademeldingen in het effectgebied van een nieuwe beving en daarbuiten. Sinds dit jaar publiceren we daarbij ook kaartjes van effectgebieden. We kregen daar de afgelopen tijd vragen over. In dit verhaal leggen we uit waarom we dit zo doen.

Effectgebied Huizinge met alle bevingen en duiding Huizinge

Het kaartje toont alle bevingen met hun effectgebieden op basis van 2 mm/s (1% overschrijdingskans). De buitenste rode cirkel is het effectgebied van de beving van Huizinge van 16 augustus 2012. De grijze cirkels zijn effectgebieden van bevingen buiten het Groningenveld.

Close-up effectgebieden

Het kaartje toont een close up van alle bevingen met hun effectgebieden op basis van 2 mm/s (1% overschrijdingskans). De toelichting in het midden toont de basisgegevens van de beving van Wirdum van 8 oktober 2022.

Inzicht in oude en nieuwe schade

We zouden er ook voor kunnen kiezen de schademeldingen buiten het effectgebied van de nieuwe beving niet te noemen. Toch vinden we ook die meldingen relevant. Een nieuwe beving leidt, ook al is het effectgebied relatief klein, soms toch tot een stijging van schademeldingen op grotere afstand. Het zou kunnen dat mensen door het nieuws over die beving eraan herinnerd worden dat ze zelf nog schade hebben van eerdere bevingen die ze kunnen melden. Er zijn namelijk meerdere redenen mogelijk waarom oude schade niet eerder is gemeld. Soms wordt schade ook pas later opgemerkt (bij een verbouwing bijvoorbeeld), soms wordt deze pas later zichtbaar dan direct na een beving, soms komen mensen er persoonlijk niet aan toe om de schade direct te melden. Er zijn meer redenen waarom schade niet altijd meteen gemeld wordt, zo blijkt ook uit dit onderzoek van Gronings Perspectief (link)

Hoe het ook zij, als de vraag komt hoeveel schade een nieuwe beving heeft veroorzaakt, dan proberen we zoveel mogelijk inzicht te bieden om daarmee zo goed mogelijk antwoord te geven op die vraag. Met informatie over aantallen meldingen binnen en buiten recente effectgebieden hopen we duidelijk te maken hoeveel schade een nieuwe beving veroorzaakte, maar ook met hoeveel oude schade Groningers nog blijken te kampen.

Kaartjes publiceren

Met de eerdergenoemde methode Bommer e.a. is het zoals gezegd mogelijk om een berekening te maken van het effectgebied van een beving. De methode bestaat ook uit een formule, waarvan het toepassen nogal wat werk vergt. Om snel inzicht te hebben, is er een gedigitaliseerde versie gemaakt van die formule en die is de trillingstool gaan heten. Het is simpel gezegd vooral een praktische manier om op basis van door het KNMI geleverde gegevens (de locatie van het epicentrum en de kracht op de schaal van Richter) de trillingssnelheid te bepalen die de beving veroorzaakte op een bepaalde locatie. We kunnen daardoor al in zeer korte tijd na een beving het effectgebied op een kaartje weergeven.

Het kaartje maakt duidelijk waar de schademeldingen binnen zijn gekomen die mogelijk direct samenhangen met de nieuwe beving en waar de meldingen vandaan komen die daar niet direct mee samenhangen. Ofwel, het biedt visuele ondersteuning voor de mate waarin Groningers kampen met oude en nieuwe schade. Maar er zijn daarbij meer redenen om deze kaartjes weer te geven. Of anders gezegd, er zijn meer redenen om het inzicht en de kennis te vergroten over de wijze waarop effectgebieden een rol spelen in de schadeafhandeling.

Dat kunnen we het beste uitleggen aan de hand van enkele voorbeelden:

Voorbeeld 1

Er worden nieuwe huizen gebouwd. Sommige ervan liggen aan de rand van het effectgebied van de beving van Huizinge van 16 augustus 2012 die een kracht had van 3.6 op de schaal van Richter. Er vindt tijdens de bouw of bijvoorbeeld vlak na de oplevering een nieuwe beving plaats in Huizinge met de kracht van bijvoorbeeld 2.5 op de schaal van Richter.

De nieuwe beving zorgt voor 1 mm/s (1% overschrijdingskans) aan trillingssnelheid bij de nieuwe woning. De beving van Huizinge van 2012 zorgde op die locatie destijds voor meer dan 2 mm/s trillingssnelheid. Maar niet voor dat huis, want dat bestond toen nog niet. De nieuwe beving en andere bevingen hebben daar dan niet tot 2 mm/s trillingssnelheid geleid. Het bewijsvermoeden is dan voor die woning op basis van de bevingen niet van toepassing.

Andersom kan ook. Zo hebben de bevingen van Zeerijp in 2018, Westerwijtwerd in 2019 en Wirdum in 2022 ook weer tot aanzienlijke effectgebieden geleid. Soms leidden die dan tot juist een hogere trillingssnelheid dan op basis van de beving van Huizinge van 2012 het geval zou zijn geweest. Voor het stadhuisgebouw van Loppersum heeft de beving van Zeerijp uit 2018 bijvoorbeeld tot een hogere trillingssnelheid geleid dan de beving van Huizinge uit 2012.

In de tijd dat we het bewijsvermoeden zijn gaan toepassen zijn er steeds meer nieuwe huizen gebouwd en zijn er ook steeds meer nieuwe bevingen geweest. Afhankelijk van de locatie van het epicentrum en de kracht van die bevingen hebben die wel of geen en meer of minder invloed op deze huizen. Inzicht in de effectgebieden van nieuwe bevingen is ook daarom zinvol.

Voorbeeld 2

Een nieuwe beving kan een epicentrum hebben dicht bij de rand van het huidige, grootste effectgebied (voor de beving van Huizinge uit 2012). Het kan er in de toekomst in de praktijk toe leiden dat het gebied waarin het bewijsvermoeden van toepassing is groter wordt dan alleen het effectgebied van de beving van Huizinge. Zo heeft er op 1 december 2012 in Oude Pekela een beving plaatsgevonden in het Groningenveld met een kracht van 1.6 op de schaal van Richter. Die leidt voor een deel van Oude Pekela tot een effectgebied dat verder reikt dan de beving van Huizinge van 2012.

Grens effectgebied Pekela en Huizinge

Bijgaand kaartje toont de grens van 2 mm/s (1% overschrijdingskans) voor de bevingen bij Oude Pekela op 27 januari 2012 en de beving van Huizinge van 16 augustus 2012. Het effectgebied voor de beving van Oude Pekela leidt ertoe dat ook ‘buiten’ het effectgebied van de beving van Huizinge in een deel van Oude Pekela het bewijsvermoeden van toepassing kan zijn.

Als er zich meer en zwaardere bevingen voordoen ten zuiden van het Groningenveld, is het goed denkbaar dat het gebied verder toeneemt waarin het bewijsvermoeden van toepassing is en waar het IMG dus bevoegd is schade af te handelen. Door de effectgebieden van bevingen te laten zien, is dat meteen duidelijk na een beving.

Voorbeeld 3

Steeds meer mensen kiezen voor een vaste vergoeding voor afhandeling van hun schade. Voorwaarde daarbij is dat nieuwe schade alleen gemeld kan worden als er op het adres een trillingssnelheid van ten minste 5 mm/s (1% overschrijdingskans) ontstaat door een nieuwe beving. De beving van Wirdum van 8 oktober met een kracht van 3.1 op de schaal van Richter zorgde voor een effectgebied (op basis van 2 mm/s) tot 17,5 kilometer van het epicentrum. Binnen dat effectgebied is er tot ruim 9 kilometer van het epicentrum een trillingssnelheid van ten minste 5 mm/s mogelijk geweest. In totaal hebben ruim 300 mensen in dat gebied een vaste vergoeding ontvangen die nu opnieuw schade kunnen melden.

Hoewel de huidige kaartjes nog niet de grenswaarde van 5 mm/s aangeven, zorgt begrip van de omvang van de effectgebieden wel voor meer inzicht. We geven daarbij ook in de nieuwsberichten aan hoeveel mensen kiezen voor de vaste vergoeding naar aanleiding van de nieuwe beving. In de toekomst kunnen we daaraan toevoegen hoeveel mensen opnieuw schade kunnen melden als ze eerder al een vaste vergoeding hebben gehad.

Grens 5 mm/s voor bevingen sinds 1 januari 2022

Bijgaand kaartje toont de grens van 5 mm/s (1% overschrijdingskans) voor bevingen die sinds 1 januari 2022 plaatsvonden. Wie voor die tijd een vaste vergoeding ontving en binnen deze gebieden woont, kan een nieuwe schade melden. Voor de helderheid: de effectgebieden voor toepassing van het wettelijk bewijsvermoeden voor deze bevingen zijn groter.

Wel of geen melding doen?

Een van de vragen die we kregen, is of Groningers nu wel of geen schademelding kunnen doen als ze buiten het effectgebied wonen van een meest recente beving. Het antwoord is simpel: ja, dat kan.. Het IMG zal zelf nagaan of het bewijsvermoeden van toepassing is en het IMG bevoegd is de schade af te handelen.

De cijfers over schademeldingen en aanvullende informatie zoals kaartjes zijn vooral bedoeld voor journalisten, medewerkers van overheden en onderzoekers die geïnteresseerd zijn in de bredere ontwikkeling van de schadeafhandeling.  

Journalisten en belanghebbenden

De vraag die we direct na een beving van journalisten en belanghebbenden binnenkrijgen is vaak hoeveel schade de beving heeft veroorzaakt. Het antwoord lijkt simpel te geven door het aantal nieuwe schademeldingen te noemen, maar dat is meestal niet het juiste antwoord. We vermelden daarom onder meer het volgende:

  1. Het aantal schademeldingen binnen het effectgebied van de nieuwe beving
  2. Kaartjes waarin het effectgebied van de nieuwste beving staat afgebeeld
  3. Het aantal schademeldingen buiten het effectgebied van de nieuwe beving, maar nog binnen het effectgebied van eerdere bevingen (en andere bodembeweging)
  4. Het gemiddelde aantal schademeldingen in de voorgaande periode binnen en buiten het effectgebied van de nieuwe bevingen

Meldingen binnen effectgebied nieuwe beving

Eind 2016 is er een wettelijk bewijsvermoeden ingesteld waarbij in de memorie van toelichting wordt gesproken over een ‘effectgebied’. De wet zegt niet hoe dit ‘effectgebied’ te bepalen waar het bewijsvermoeden (en de omgekeerde bewijslast) van toepassing is. Het IMG hanteert voor het bepalen van dat effectgebied voor bevingen daarom de praktische handvatten die een panel van deskundigen in januari 2019 heeft opgeleverd.

Het panel (prof. mr. A.I.M. van Mierlo (voorzitter), prof. mr. P.J.J. van Buuren, ir. W.A.B. Meiborg, ir. P.C. van Staalduinen, ing. J. Nagtegaal NIVRE-re) adviseerde op basis van een specifieke wetenschappelijke methode de trilingssnelheid van bevingen te berekenen. Als die trillingssnelheid ten minste 2,0 mm/s (1% overschrijdingskans) is, zo adviseerden zij, dan is mijnbouwschade niet uitgesloten en kan het bewijsvermoeden mogelijk van toepassing zijn op de schade. Het toepassen van deze methode (van Bommer e.a.) leidt tot een cirkel om het epicentrum van de beving. Dit is de cirkel die we tonen op de kaartjes die we publiceren naar aanleiding van een beving.

Ter illustratie: een beving van 2.7 op de schaal van Richter kan tot op 9,5 kilometer van het epicentrum tot schade leiden omdat daar de trillingssnelheid ten minste 2,0 mm/s is. Op die grens van 2,0 mm/s is er een kans dat 1 op 10.000 woningen schade heeft. We weten niet welke van die 10.000 woningen dat precies is, dus nemen we in beginsel aan dat ze allemaal schade kunnen hebben. Het panel heeft zodoende, zoals verzocht, een ruimhartig handvat geboden. Dicht bij het epicentrum is de kans op schade overigens aanzienlijk groter, daar zijn voor een dergelijke beving trillingssnelheden tot boven 40 mm/s mogelijk.

Meldingen buiten effectgebied nieuwe beving

Nu zijn er in Groningen vele honderden bevingen geweest sinds de start van de gaswinning in de zestiger jaren. Voor al die bevingen bepalen we het effectgebied. De grootste beving is die van Huizinge van 16 augustus 2012. Uitgaande van een grenswaarde van 2,0 mm/s leidt die tot een grens van het effectgebied op ruim 35 kilometer van het epicentrum. Alle bevingen die tot op heden plaatsvonden zijn kleiner in kracht en hebben daarmee een kleiner effectgebied. Vrijwel alle effectgebieden van die andere bevingen in het Groningenveld vallen geheel binnen het effectgebied van de beving van Huizinge van 16 augustus 2012.

Als er een schademelding binnenkomt, bepalen we meteen of op het betreffende adres van de melding ten minste sprake is geweest van een trillingssnelheid van 2,0 mm/s. In de praktijk betekent het voor zeer veel adressen dat daarbij de beving van Huizinge het meest bepalend is geweest. Er zijn circa 327.000 adressen voor woningen gelegen in het effectgebied van die beving. Op circa 190.000 adressen is nog nooit een schade gemeld, terwijl we wel aannemen dat de beving van Huizinge er tot schade heeft kunnen leiden.

Voor de meldingen die we na een nieuwe beving binnenkrijgen die buiten het effectgebied van de nieuwe beving liggen, maar nog binnen het effectgebied van eerdere bevingen, nemen we in beginsel dus aan dat er sprake is van oudere schade die nog niet is gemeld. Als het bewijsvermoeden van toepassing is voor die schade, dan komt die schade voor vergoeding in aanmerking, ook als de schade al tien jaar oud is.