Verder naar inhoud
Terug naar overzicht

Rechter doet eerste uitspraak over Waardedalingsregeling

293.jpg

De Waardedalingsregeling zoals het IMG die uitvoert, is voldoende ruimhartig, redelijk en aanvaardbaar. Dat blijkt uit de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland bij de eerste behandeling van een beroepszaak tegen een IMG-besluit over een aanvraag tot vergoeding van waardedaling.

De eigenaar van een woning uit Appingedam had bij de aanvraag voor waardedaling van het IMG  €5.554,26 vergoeding toegekend gekregen. Naar zijn mening was de schadevergoeding onvoldoende ruimhartig en had het IMG op een andere manier de bevingen moeten meewegen bij het berekenen van de waardedaling. Hij ging tegen het IMG-besluit van 21 oktober 2020 in bezwaar en vervolgens, toen een afwijzing op bezwaar volgde, in beroep bij de rechtbank.

Toelichting op methodes

De rechtbank die was bijeengekomen in een meervoudige kamer, nam op 1 juli 2021 uitgebreid de tijd voor de beoordeling. Het standpunt van de eigenaar werd bij de rechtbank onder andere toegelicht door prof. dr. ir. G.R.W. de Kam, en ir. E. Hol van Invisor. Voor een toelichting op de methode die het IMG hanteert, gaf dr. J.P. Poort van Atlas Research toelichting. De uitspraak volgde op 1 november en is zojuist gepubliceerd.

Voor een volledige toelichting en weergave van de verklaringen van deskundigen verwijzen we naar de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft de regeling en de uitvoering ervan op de betreffende zaak getoetst op ruimhartigheid (mede met oog op de Tijdelijke wet Groningen en de memorie van toelichting op die wet), aanvaardbaarheid en redelijkheid.

Inhoudelijke onderwerpen

Kort gezegd zijn bij de rechtbank en in de uitspraak van de rechter de volgende onderwerpen onder meer aan de orde gekomen:

  • Het (abstract) bepalen van waardedaling, zonder dat er sprake is van de verkoop van een woning, met daarbij de mate waarin de situatie geofysisch stabiel is en de schade een structureel karakter heeft. Dit zijn belangrijke voorwaarden voor de uitvoering van een regeling gebaseerd op een model, zoals het IMG die hanteert.
  • Het toepassen van de peildatum 1 januari 2019 als basis voor berekening van waardedaling bij een niet-verkochte woning en het toepassen van de akte van levering voor het bepalen van het moment waarop de waardedaling voor de eigenaar is ontstaan.
  • De wijze van het berekenen van het zogenoemde imago-effect en het gebruik van een bevingsindicator voor het berekenen van de waardedaling (of verminderde waardeontwikkeling).
  • De noodzaak en mogelijkheid om in afwijking van de door het IMG gehanteerde methode in een individueel geval rekening te houden met andere factoren die van invloed zijn op de waardedaling en het toepassen van een andere rekenmethodiek die tot een hogere vergoeding leidt in een specifieke situatie.

De rechtbank heeft voor alle onderwerpen vastgesteld dat de wijze waarop het IMG de regeling heeft ingevoerd en uitvoert voldoende juridische en wetenschappelijke onderbouwing bestaat. De alternatieve rekenmethodes zoals aangedragen zijn in dat opzicht niet beter. De rechtbank merkt op dat de methode die het IMG gebruikt van Atlas Research, onder meer vanwege het empirische onderzoek naar ruim 45.000 woningverkopen dat eraan ten grondslag ligt, het meest robuust is, waarbij gerefereerd wordt aan de conclusies van de Adviescommissie waardedaling. Ook wijst het IMG er volgens de rechtbank terecht op dat deze methode tot de gemiddeld hoogste schadevergoedingen leidt.

De rechtbank vindt dat de methode van Invisor niet de methode van Atlas kan bestrijden, aangezien de eerdergenoemde Adviescommissie heeft vastgesteld dat de methode van Invisor vanuit wetenschappelijk oogpunt niet deugdelijk is en vragen oproept door een gebrek aan transparantie, geloofwaardige uitkomsten en forse afwijkingen ten opzichte van de andere onderzochte methodes.

Duidelijkheid voor andere bezwaarprocedures

Het IMG is tevreden met de uitkomst van de procedure en de inhoudelijke beoordeling ervan door de rechtbank omdat het veel duidelijkheid schept. Er zijn inmiddels 100.000 aanvragen voor waardedaling binnengekomen, waarvan er ruim 97.000 zijn afgehandeld. Er is 446 miljoen euro vergoeding toegekend. Bij 5,8 procent van de besluiten is bezwaar gemaakt. Er zijn circa 70 beroepsprocedures gestart. Nu de regeling in tal van facetten standhoudt voor de rechter, geeft dit op de betreffende onderwerpen duidelijkheid bij het IMG en aanvragers over wat zij kunnen verwachten van bezwaar- en beroepsprocedures. Zo maakt de rechtbank duidelijk dat de eis geen standhoudt om op een andere wijze de bevingen mee te wegen bij het bepalen van de waardedaling (een aanpassing van de bevingsindicator).