Verder naar inhoud
Terug naar overzicht

Reactie IMG op persbericht bestuurders Groningen en Drenthe

514.jpg

Het IMG neemt eind april een besluit over een paar belangrijke vraagstukken. Vooruitlopend hebben lokale en regionale overheden middels hun bestuurders via een persbericht  en interview hun standpunt bekendgemaakt. Gezien de media-uitingen en vragen die daarover komen, reageren we daar nu alvast op.

Gesprek

Allereerst hecht het IMG eraan begrip uit te spreken voor de zorgen die de bestuurders hebben, zoals ook overgebracht in een goed gesprek daarover met het bestuur van het IMG dat begin april plaatsvond. Het valt het IMG op dat de bestuurders in de gesprekken een zeer gematigde en begripvolle toon hanteren waar het gaat over de dilemma’s waar het IMG mee worstelt en die door ons zo open mogelijk worden gedeeld. Het is opvallend dat er in de media een heel andere boodschap klonk. Er is daarbij een ‘pittige brief’ aangekondigd. Inmiddels is er een persbericht gepubliceerd en interviews gegeven aan Dagblad van het Noorden en RTV Noord, de brief is aan de media verstrekt, maar wij zijn nog steeds in afwachting van de brief.

‘Doe geen onderzoek’

In het persbericht wordt op indringende wijze aan het IMG gevraagd de schadeafhandeling per direct voort te zetten voor een deel van de dossiers waar het IMG nu uit oogpunt van zorgvuldigheid een pas op de plaats heeft gemaakt. Ook wordt gesteld dat er geen extra onderzoek zou moeten plaatsvinden om het inzicht te vergroten in de schademechanismen die leiden tot de problemen waar zoveel Groningers en Drenten mee kampen.

Toch verwijzing

Verwarrend genoeg verwijzen de overheden ter onderbouwing wel naar eerder onderzoek uit 2018 en de aanbeveling die daarin staat om meer onderzoek te doen. Voor de helderheid: het nieuwe onderzoek van kennisinstituten TNO en TU Delft stelt dat er geen kans op directe schade is door diepe bodemdaling. Het IMG laat nog onderzoeken welke kans op indirecte schade er is. Uit eerder onderzoek is wel gebleken dat het daarbij vrijwel zeker om uitzonderlijke situaties gaat.

Onafhankelijkheid

We begrijpen dat regionale en lokale overheden opkomen voor de belangen van hun burgers. Zij roepen daarbij het IMG op om onafhankelijk te zijn. Tegelijk is het dan opmerkelijk dat zij zich op deze manier mengen in de besluitvorming van een onafhankelijk, zelfstandig bestuursorgaan met een semi-rechterlijke taak. Het IMG besloot en besluit onafhankelijk van de NAM, van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) én van de lokale en regionale overheden over aanvragen van individuele burgers, ondernemers en andere gedupeerden.

Nieuwe inzichten gebruikelijk

Het is daarbij de taak van het IMG, net als dat voor een rechter het geval is, om overeenkomstig het civiele aansprakelijkheidsrecht en in een procedure op basis van het bestuurs(proces)recht tot besluiten te komen. Het is gebruikelijk om daarbij de laatste juridische (en in dit geval) ook technische en wetenschappelijke inzichten in aanmerking te nemen. Terecht merken de lokale en regionale overheden op dat het IMG wordt geacht dat tevens (naast onafhankelijk) ruimhartig, rechtvaardig en voortvarend te doen met oog voor de menselijke maat.

Dilemma’s

Dat is de reden waarom we niet over één nacht ijs gaan, niet elk onderzoek uit het verleden accepteren als maatgevend en actief de lokale en regionale overheden informeren over de voortgang en ontwikkelingen. Het maakt ook dat we hen in de gelegenheid stellen ons te helpen met inhoudelijke argumenten en inzichten vóórdat we tot een besluit komen. Maar dat mag niet verward worden met de ruimte om te eisen dat er naar een uitkomst wordt geredeneerd vanuit politieke argumenten.

Feitelijk onjuist

Afsluitend wordt in het persbericht verkondigd dat alle inwoners nog steeds worden geconfronteerd met onder meer lange wachttijden en een juridische in plaats van menselijke aanpak. De overheden gaan daarbij voorbij aan hetgeen we hen bij herhaling, actief, open en transparant al jaren duidelijk maken. Namelijk dat de voortgang aanzienlijk is verbeterd, onder meer resulterend in gemiddeld een 7,9 rapportcijfer voor onze besluiten van hun eigen inwoners. Er zijn ruim 77.000 schademeldingen voor fysieke schade afgehandeld en er is ruim 930 miljoen euro schadevergoeding toegekend. De doorlooptijd (verwachte afhandeltijd) voor nieuwe schademeldingen is minder dan een half jaar.

En tegelijkertijd, zo haasten we ook altijd zelf te zeggen, gaat nog niet alles goed. We hebben omwille van zorgvuldigheid nu voor circa 2.900 schademeldingen tijdelijk de afhandeling stilgelegd. Daarbij gaat het overigens om relatief jonge meldingen. Het op grote schaal zeer langdurig wachten is al meer dan een jaar verleden tijd. Van alle openstaande schademeldingen is momenteel circa 1 procent nog zeer lang aan het wachten, dus meer dan twee jaar. Hoewel we terdege beseffen dat het in die individuele situaties bijzonder vervelend is, strookt dat zeker niet met het door de regionale bestuurders geschetste beeld dat nog altijd heel Groningen lang wacht op afhandeling. De onjuiste weergave van de stand van zaken draagt ook niet bij aan het verder herstellen van het vertrouwen van Groningers in de schadeafhandeling.

  • Welke situaties kunnen zich nu voordoen?

    1. Aanvragen ingediend vóór 5 november waar vergoeding voor waardedaling werd toegekend, maar waar blijkt dat er sprake is van uitgevoerd of nog uit te voeren sloop en nieuwbouw. De vergoeding wordt bij deze groep niet teruggevorderd. Gelijke gevallen moeten immers gelijk worden behandeld. Dit vloeit voort uit het feit dat de minister verzocht geen vergoeding terug te vorderen en de kosten daarvan voor zijn rekening te nemen.
    2. Aanvragen ingediend ná 5 november. Er is dan expliciet in de procedure ‘nee’ geantwoord op de vraag of de aanvrager bekend is met sloop en nieuwbouw op zijn adres. Als het adres ook niet voorkomt op de dan aanwezige NCG-lijst, keert het IMG vergoeding uit. Als later het adres alsnog op de NCG-lijst komt, zal het IMG onderzoeken of de aanvrager had kunnen weten dat er sprake is van sloop en nieuwbouw. In die gevallen vordert het IMG de vergoeding terug, waarbij waar nodig maatwerk zal worden toegepast in de wijze waarop.
    3. Aanvragen voor vergoeding van waardedaling ingediend én besloten door het IMG vóórdat de NCG een toezegging doet over sloop en nieuwbouw worden door het IMG vergoed. Als voorafgaand aan besluitvorming door het IMG wel al wordt doorgegeven door de NCG dat sloop en nieuwbouw zijn toegezegd, dan wijst het IMG de aanvraag af.
  • Hoe wordt het gemiddelde berekend?

    Het gemiddelde voor het IMG wordt gebaseerd op het gemiddelde cijfer dat voor de afhandeling van fysieke schade wordt gegeven en op het gemiddelde cijfer dat voor waardedaling wordt gegeven. Daarbij wordt meegewogen hoeveel besluiten het IMG nam voor die specifieke regeling. Hiermee zegt het gemiddelde zo veel mogelijk over de beleving van alle aanvragers over alle besluiten.

    Na het besluit over een aanvraag tot vergoeding van fysieke schade is daarbij de vraag: “Welk rapportcijfer geeft u het besluit dat u ontvangen heeft?” Sinds de start van de meting (juni 2019) gaven 8.000 respondenten een 7,7.
    Na een besluit over een aanvraag voor Waardedaling is daarbij de vraag: “Hoe tevreden bent u over het indienen en afhandelen van uw aanvraag?” Sinds de start van deze meting (november 2020) gaven 6.752 respondenten een 8,1.

    Aangezien de respons op het verzoek om een reactie op de enquête voor beide regelingen hoog is (meer dan 25 procent voor de enquête over het besluit), worden beide cijfers als representatief beschouwd voor de beoordeling van een van beide regelingen. Maar de aantallen besluiten over de regelingen kennen getalsmatig geen gelijke omvang.

    Het totaalaantal besluiten van het IMG voor beide regelingen is momenteel 107.606. Er zijn 58.141 besluiten (54 procent van alle besluiten) genomen over aanvragen tot vergoeding van fysieke schade. Er zijn 49.465 besluiten (46 procent van alle besluiten) genomen over aanvragen tot vergoeding van waardedaling.

    Bij het bepalen van het gemiddelde weegt het cijfer voor fysieke schade daarom voor 54 procent mee en voor waardedaling 46 procent. Het doorlopende (over de hele periode), gewogen (afgezet tegen het aantal besluiten) gemiddelde voor de besluiten van het IMG komt daarmee op: 7,9, gebaseerd op in totaal ruim 14.500 respondenten.

  • Wie wordt wanneer om een mening gevraagd?

    Als het IMG een e-mailadres heeft van een aanvrager wordt altijd ergens in de procedure een enquête gestuurd. Uitzondering vormen de adressen waar woningcorporaties en vastgoedbeheerders als eigenaar staan geregistreerd.

    Bij de regeling voor fysieke schade kan er op verschillende momenten in de procedure een enquête volgen: na de schade-opname, na het adviesrapport en na het besluit. Al binnen enkele dagen na het besluit wordt het verzoek gestuurd.

    Wie gebruikmaakt van meerdere regelingen, krijgt ook meerdere enquêteverzoeken. Zowel na een besluit voor de regeling fysieke schade wordt om een mening gevraagd als ook na een besluit over een aanvraag over waardedaling. Het zijn immers verschillende regelingen met verschillende procedures.

  • Waarom heb ik geen enquête gekregen en kan het alsnog?

    Als het goed is, krijgt ieder adres een enquêteverzoek, mits er een e-mailadres bekend is. Nu kan het wel zijn dat er op een adres meerdere aanvragen worden gedaan. Om overlast te beperken, sturen we eenzelfde soort enquête nooit twee keer binnen drie maanden naar dezelfde persoon. Zo kan het dus voorkomen dat iemand niet gevraagd is om te reageren voor een bepaald besluit. Daarnaast kan er altijd iets misgaan zijn met de mail, waarbij een enquête bijvoorbeeld in de map ‘ongewenste mail/reclame’ belandde of geheel weg gefilterd werd door mailsystemen.

    Momenteel is niet voorzien dat een enquête alsnog verstuurd en ingevuld kan worden. We willen de meting liefst in zo vergelijkbaar mogelijk situaties laten plaatsvinden (bijvoorbeeld kort na een besluit). Als er alsnog veel andere mensen aangeven een enquête te willen invullen waar dat niet gelukt is, gaan we wel bekijken wat er mogelijk is.

  • Wat hebben aanvragers precies gezien?

    Maximaal 60 aanvragers hebben een overzicht gezien van schadedossiers. Schadezaken worden per 10 tegelijk getoond met het schadenummer, schadeadres, indieningsdatum van de schade, de schadezaak en de status van de schadezaak.

  • Konden de aanvragers de informatie van andere dossiers wijzigen?

    Nee, de informatie kon niet gewijzigd worden.

  • Konden de aanvragers door het dossier van een ander bladeren?

    Nee, er was een overzicht zichtbaar, geen inhoud van dossiers. Dossiers van anderen konden niet worden ingezien.

  • Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

    Op dit moment is het nog niet duidelijk wat de oorzaak van de storing is, dat zijn we aan het onderzoeken. Het belangrijkste is dat de storing is verholpen en dat dossiers van andere aanvragers niet meer zichtbaar zijn.

  • Wat betekent dit voor mijn dossier?

    Alle dossiers zijn beveiligd en alleen toegankelijk met de juiste inloggegevens. Hierdoor is het niet mogelijk om dossiers van andere aanvragers in te zien. Uw dossier is dus alleen toegankelijk met uw eigen inloggegevens.