Verder naar inhoud
Terug naar overzicht

2020 in vogelvlucht: meer schade-vergoeding, minder uitvoerings-kosten

228.jpg

Afgelopen jaar is het gelukt om meer schadevergoeding toe te kennen en tegelijk gemiddeld minder kosten te maken voor de afhandeling van een schademelding. Dat blijkt uit het jaarverslag 2020 dat het IMG vandaag heeft gepubliceerd. Er werd in 2020 voor ruim € 497 miljoen aan schadevergoeding toegekend en €184,5 miljoen aan uitvoeringskosten gemaakt.

Per euro en per regeling

Anders gezegd, voor elke euro aan vergoeding van fysieke schade (zoals scheuren in muren) was € 0,56 aan uitvoeringskosten nodig. In 2019 was dat nog € 0,78. Voor de Waardedalingsregeling ligt de verhouding nog beter: op € 1 schadevergoeding werd er € 0,03 aan kosten gemaakt. Voor immateriële schade is er nog geen schadevergoeding toegekend. De voorbereiding van de regeling kostte tot op heden € 0,69 miljoen.

Kosten blijven onderwerp

“Het is een blijvend punt van aandacht om de kosten voor de schadeafhandeling beperkt te houden. De uitdaging is daarbij niet aan zorgvuldigheid in te boeten en voldoende aandacht te hebben voor de menselijke maat. We vinden dat we op de goede weg zijn, maar er is meer verbetering mogelijk”, zegt Bas Kortmann, bestuursvoorzitter van het IMG.

Elke regeling anders

De directe uitvoeringskosten van alle regelingen samen bedroegen in 2020 in totaal € 113,5 miljoen. Het betreft hier hoofdzakelijk de kosten voor inzet van externe, onafhankelijke deskundigen voor schade-opname en advisering over fysieke schade.

De Waardedalingsregeling is in hoofdzaak een geautomatiseerd proces voor tachtig procent van de aanvragen. De aanschaf en ontwikkeling van de IT-systemen vergden een investering, maar daarna kon er relatief snel grote bedragen worden toegekend en afgehandeld voor een fractie van het bedrag aan schadevergoeding.

Verklaring daling uitvoeringskosten

Het IMG heeft steeds meer ervaring met de afhandeling van fysieke schade, wat de efficiëntie ten goede komt. Bovendien is de schade-opname, wat een arbeidsintensief onderdeel van de procedure is, beter georganiseerd. Het percentage zienswijzen (negatieve reacties) op adviesrapporten, die tijd vergen van externe deskundigen, is ondanks een sterke toename van de schadeafhandeling, relatief laag gebleven.

Organisatie IMG

De kosten voor het personeel van het IMG (en voorheen de TCMG) bedroegen in 2020 in totaal € 69 miljoen. Denk daarbij aan de inzet van zaakbegeleiders, die aanvragers persoonlijk begeleiden, de planning van schade-opnames en het Serviceloket. De uitvoeringskosten van de uitvoerende organisatie worden in een heffing door de minister van Economische Zaken en Klimaat ten laste gelegd aan de NAM.

  • Welke situaties kunnen zich nu voordoen?

    1. Aanvragen ingediend vóór 5 november waar vergoeding voor waardedaling werd toegekend, maar waar blijkt dat er sprake is van uitgevoerd of nog uit te voeren sloop en nieuwbouw. De vergoeding wordt bij deze groep niet teruggevorderd. Gelijke gevallen moeten immers gelijk worden behandeld. Dit vloeit voort uit het feit dat de minister verzocht geen vergoeding terug te vorderen en de kosten daarvan voor zijn rekening te nemen.
    2. Aanvragen ingediend ná 5 november. Er is dan expliciet in de procedure ‘nee’ geantwoord op de vraag of de aanvrager bekend is met sloop en nieuwbouw op zijn adres. Als het adres ook niet voorkomt op de dan aanwezige NCG-lijst, keert het IMG vergoeding uit. Als later het adres alsnog op de NCG-lijst komt, zal het IMG onderzoeken of de aanvrager had kunnen weten dat er sprake is van sloop en nieuwbouw. In die gevallen vordert het IMG de vergoeding terug, waarbij waar nodig maatwerk zal worden toegepast in de wijze waarop.
    3. Aanvragen voor vergoeding van waardedaling ingediend én besloten door het IMG vóórdat de NCG een toezegging doet over sloop en nieuwbouw worden door het IMG vergoed. Als voorafgaand aan besluitvorming door het IMG wel al wordt doorgegeven door de NCG dat sloop en nieuwbouw zijn toegezegd, dan wijst het IMG de aanvraag af.
  • Hoe wordt het gemiddelde berekend?

    Het gemiddelde voor het IMG wordt gebaseerd op het gemiddelde cijfer dat voor de afhandeling van fysieke schade wordt gegeven en op het gemiddelde cijfer dat voor waardedaling wordt gegeven. Daarbij wordt meegewogen hoeveel besluiten het IMG nam voor die specifieke regeling. Hiermee zegt het gemiddelde zo veel mogelijk over de beleving van alle aanvragers over alle besluiten.

    Na het besluit over een aanvraag tot vergoeding van fysieke schade is daarbij de vraag: “Welk rapportcijfer geeft u het besluit dat u ontvangen heeft?” Sinds de start van de meting (juni 2019) gaven 8.000 respondenten een 7,7.
    Na een besluit over een aanvraag voor Waardedaling is daarbij de vraag: “Hoe tevreden bent u over het indienen en afhandelen van uw aanvraag?” Sinds de start van deze meting (november 2020) gaven 6.752 respondenten een 8,1.

    Aangezien de respons op het verzoek om een reactie op de enquête voor beide regelingen hoog is (meer dan 25 procent voor de enquête over het besluit), worden beide cijfers als representatief beschouwd voor de beoordeling van een van beide regelingen. Maar de aantallen besluiten over de regelingen kennen getalsmatig geen gelijke omvang.

    Het totaalaantal besluiten van het IMG voor beide regelingen is momenteel 107.606. Er zijn 58.141 besluiten (54 procent van alle besluiten) genomen over aanvragen tot vergoeding van fysieke schade. Er zijn 49.465 besluiten (46 procent van alle besluiten) genomen over aanvragen tot vergoeding van waardedaling.

    Bij het bepalen van het gemiddelde weegt het cijfer voor fysieke schade daarom voor 54 procent mee en voor waardedaling 46 procent. Het doorlopende (over de hele periode), gewogen (afgezet tegen het aantal besluiten) gemiddelde voor de besluiten van het IMG komt daarmee op: 7,9, gebaseerd op in totaal ruim 14.500 respondenten.

  • Wie wordt wanneer om een mening gevraagd?

    Als het IMG een e-mailadres heeft van een aanvrager wordt altijd ergens in de procedure een enquête gestuurd. Uitzondering vormen de adressen waar woningcorporaties en vastgoedbeheerders als eigenaar staan geregistreerd.

    Bij de regeling voor fysieke schade kan er op verschillende momenten in de procedure een enquête volgen: na de schade-opname, na het adviesrapport en na het besluit. Al binnen enkele dagen na het besluit wordt het verzoek gestuurd.

    Wie gebruikmaakt van meerdere regelingen, krijgt ook meerdere enquêteverzoeken. Zowel na een besluit voor de regeling fysieke schade wordt om een mening gevraagd als ook na een besluit over een aanvraag over waardedaling. Het zijn immers verschillende regelingen met verschillende procedures.

  • Waarom heb ik geen enquête gekregen en kan het alsnog?

    Als het goed is, krijgt ieder adres een enquêteverzoek, mits er een e-mailadres bekend is. Nu kan het wel zijn dat er op een adres meerdere aanvragen worden gedaan. Om overlast te beperken, sturen we eenzelfde soort enquête nooit twee keer binnen drie maanden naar dezelfde persoon. Zo kan het dus voorkomen dat iemand niet gevraagd is om te reageren voor een bepaald besluit. Daarnaast kan er altijd iets misgaan zijn met de mail, waarbij een enquête bijvoorbeeld in de map ‘ongewenste mail/reclame’ belandde of geheel weg gefilterd werd door mailsystemen.

    Momenteel is niet voorzien dat een enquête alsnog verstuurd en ingevuld kan worden. We willen de meting liefst in zo vergelijkbaar mogelijk situaties laten plaatsvinden (bijvoorbeeld kort na een besluit). Als er alsnog veel andere mensen aangeven een enquête te willen invullen waar dat niet gelukt is, gaan we wel bekijken wat er mogelijk is.

  • Wat hebben aanvragers precies gezien?

    Maximaal 60 aanvragers hebben een overzicht gezien van schadedossiers. Schadezaken worden per 10 tegelijk getoond met het schadenummer, schadeadres, indieningsdatum van de schade, de schadezaak en de status van de schadezaak.

  • Konden de aanvragers de informatie van andere dossiers wijzigen?

    Nee, de informatie kon niet gewijzigd worden.

  • Konden de aanvragers door het dossier van een ander bladeren?

    Nee, er was een overzicht zichtbaar, geen inhoud van dossiers. Dossiers van anderen konden niet worden ingezien.

  • Hoe heeft dit kunnen gebeuren?

    Op dit moment is het nog niet duidelijk wat de oorzaak van de storing is, dat zijn we aan het onderzoeken. Het belangrijkste is dat de storing is verholpen en dat dossiers van andere aanvragers niet meer zichtbaar zijn.

  • Wat betekent dit voor mijn dossier?

    Alle dossiers zijn beveiligd en alleen toegankelijk met de juiste inloggegevens. Hierdoor is het niet mogelijk om dossiers van andere aanvragers in te zien. Uw dossier is dus alleen toegankelijk met uw eigen inloggegevens.