Tijdelijk niet alle diensten beschikbaar
De website van DigiD is tijdelijk uit de lucht, maar u kunt wel via de DigiD-app inloggen op Mijn dossier. Tot onze spijt is het op dit moment niet mogelijk om schade-opnames in te plannen. Voor vragen kunt u contact opnemen met ons Serviceloket via tel. 0800 4444 111.
In het aardbevingsgebied hebben huurders met andere problemen te maken dan inwoners met een koophuis. Door samen te werken, maken ze hun stem steeds beter hoorbaar. Een gesprek met Ben Jacobs, Ida Douma en Miranda Slob van huurderskoepel HPAG.
De drie vertegenwoordigen huurders in huurdersvereniging Goud Wonen en Stichting HO HEG, Huurdersorganisatie Hogeland Eemsdelta Groningen. Slob is sinds 2017 voorzitter van Goud Wonen. Douma werd datzelfde jaar voorzitter van HuurdersPlatform Ten Boer, dat in 2020 opging in HO HEG. Jacobs is al vanaf de jaren tachtig betrokken bij een voorloper van HO HEG.
Het begin van de samenwerking met andere verenigingen herinnert hij zich goed. Huurders hadden op dat moment nauwelijks invloed op wat er met hun woning gebeurde. De versterking kwam op hen af, terwijl onzekerheid over wat er ging gebeuren groot was. Jacobs: “In 2015 wilde minister Henk Kamp binnen twee jaar 3.000 woningen verstevigen. Dat begon in Uithuizen, Zandeweer, Middelstum en Loppersum, waar destijds drie bouwkranen in één straat stonden. De bewoners moesten in de huizen blijven wonen. Ze liepen nog net niet met schoenen met stalen neuzen. Wel met valhelmen, want het was een bouwplaats. Dat soort situaties zagen we op de huurders afkomen. We wilden voorkomen dat elke huurdersorganisatie zijn eigen wiel moest uitvinden.”
Koepel
De huurdersorganisaties in het aardbevingsgebied besloten samen te werken. HPAG, noemden ze de overkoepelende organisatie: Huurders Platform Aardbevingen Groningen. Inmiddels bestaat de koepel uit zeven huurdersorganisaties. Samen vertegenwoordigen zij huurders in gesprekken met woningcorporaties, ministeries, NCG en het IMG.
In de tijd dat de aardbevingsproblematiek langzaam bredere erkenning kreeg, hadden huurders nauwelijks invloed op wat er met hun woning gebeurde. Besluiten over versterking, verduurzaming en het verwijderen van de gasaansluiting werden zonder hen genomen. Jacobs: “Je had geen inspraak, je had niks. Van vergoeding van immateriële schade hadden we helemaal nog niet gehoord; alles werd nog rechtstreeks met de NAM geregeld."
Later kwamen er voor woningeigenaren steeds meer regelingen, terwijl huurders daar volgens de vertegenwoordigers bij achterbleven. Ida Douma: “Wij huurders zijn geen eigenaar. Maar het is wel ons thuis.”
Flinke impact
Over die immateriële schade kan Miranda Slob meepraten. Zelf kreeg ze te maken met sloop/nieuwbouw. In de wijk Menkema in Uithuizen was versterken te duur. Slob: “De hele wijk ging plat, een stuk of tachtig woningen in twee gedeelten. Ik heb ervoor gekozen om op tijd in een keer over te gaan. ‘Vroege vogel’, heet dat. Want als de helft van de wijk platgaat en jij woont op de grens van dat gebied, zit je gewoon jaren in een bouwput. Dat vind ik gewoon niet fijn.
Nu woon ik aan de andere kant van het dorp. Maar het is wel een heel gedoe. Je moet verhuizen. Er komen heel veel kosten bij. En je krijgt wel een vergoeding voor zelf aangebrachte voorzieningen (ZAV-vergoeding) en een verhuisvergoeding, maar je komt terug in een kaal huis. Dus je moet echt veel weer nieuw aanschaffen. Het heeft een flinke impact gehad.”
Luisterend oor
Haar persoonlijke ervaringen neemt ze mee in haar werk voor de huurdersvereniging. “Ik help mensen met het invullen van de formulieren van het IMG, want digitalisering is toch wel een dingetje. Soms moet je er gewoon naast gaan zitten. En ik bemiddel tussen corporaties, uitvoerders en huurders, want huurders begrijpen soms niet waarom het gaat zoals het gaat.”
Ida Douma vult haar aan: “We bieden een luisterend oor. Ook kunnen we doorverwijzen naar instanties en attenderen op afspraken uit Sociaal Plan van de corporatie en de regelingen die voor huurders gelden. En ik help veel huurders met het aanvragen van bijkomende kosten bij het IMG.”
Douma helpt niet alleen de huurders uit haar stichting, ook voor het IMG heeft ze adviezen: “Bij de eerste aanvraag via de website van het IMG heb ik veel input gegeven over waar we tegenaan lopen. In het laatste overleg zei ik nog: als huurder kunnen we niets uploaden. Dat zijn kleine dingen waar je tegenaan loopt, die je hopelijk op een hoger niveau kunt inbrengen, zodat het voor alle huurders verschil maakt. Dat is ons doel: gelijkwaardigheid, maar ook aandacht voor die kleine dingen.”
Stem
Door samen op te trekken, kregen huurders een gezamenlijke stem tegenover corporaties, ministeries, NCG en het IMG. Jacobs: "Waarom zou iedere huurdersorganisatie zelf het wiel moeten uitvinden? Dat kunnen we beter samen doen.”
“Bij de bijkomende kosten zitten verschillende vergoedingen. Boven de 10.000 euro, kreeg je in 2021 als huiseigenaar 500 euro als compensatie en een huurder 250 euro. Daar heb ik een rechtszaak voor tegen het IMG aangespannen. Niet voor mezelf, maar als voorbeeld. Ik wil dat gelijktrekken”, vertelt Douma. “Als koepel hoop je dat je samen verder komt. Ook op managementniveau willen we graag in gesprek. Er worden heel veel dingen van bovenaf bedacht, maar de praktijkervaring hebben wij.”
Die inzet leverde concrete resultaten op. Zo kwamen er bij werkzaamheden aan woningen vaker vergoedingen voor overlast. Ook regelingen rond bijkomende kosten en indexering werden aangepast.
Veilig en goed wonen
Toch is het werk nog niet af. Regelingen zijn voor huurders nog lang niet altijd eenvoudig te begrijpen en informatie komt niet vanzelf op de juiste plek terecht. Ook blijven verschillen tussen huurders en woningeigenaren aandacht vragen. Slob: “Het gaat om mensen en dat mensen veilig en goed kunnen wonen. Welke instantie daarvoor zorgt, zou niet uit moeten maken.”