Verder naar inhoud
Nieuws

2 oktober 2026

“Ook huurders beleven schade van het begin tot het eind”

Wie als huurder een scheur in het huis ontdekt, belt de woningcorporatie. Vanaf dat moment werken woningcorporatie en IMG samen om de schade op te nemen en te herstellen. Achter zo'n melding gaat meer schuil dan veel huurders weten.

Aan het woord zijn Former Kuipers van Lefier en Marcel Haverkamp van Wierden en Borgen. Beide sociale woningcorporaties verhuren woningen in het aardbevingsgebied. Wierden en Borgen beheert er ongeveer 7.000 woningen, Lefier heeft naar schatting zo’n 14.000 tot 15.000 woningen in het gebied. Kuipers en Haverkamp begeleiden dagelijks de afhandeling van mijnbouwschade voor huurders.

Schademelding

Wie als bewoner schade constateert in een huurwoning, meldt dat niet zelf bij het IMG. Dat doet de woningcorporatie. Haverkamp: “Een huurder moet bij zijn verhuurder zijn als hij schade in zijn huurwoning constateert. Omdat de stichting eigenaar is van die woning, doet die de melding.” 

Elk jaar komen er honderden vermoedens van schade binnen bij de corporaties; via de telefoon of het selfserviceportaal, een vakman of een groot verduurzamingsproject. Op dat moment maakt de corporatie een eerste inschatting en volgt er vaak een melding bij het IMG.

Bij een vermoeden van een acuut onveilige situatie (AOS) gaat het snel. Soms voelt een bewoner zich na een beving onveilig of ontstaan er grote scheuren. Haverkamp: "Dan meld ik het direct bij het IMG en word ik binnen twee uur gebeld voor een afspraak. Soms staan we dezelfde dag nog bij de bewoner. Als de constructie onveilig blijkt, zorgt een aannemer er binnen 24 tot 48 uur voor dat de woning wordt veiliggesteld."

Voor immateriële schade moeten huurders juist zelf een melding bij het IMG doen. “Dat is omdat die regeling persoonsgebonden is”, legt Haverkamp uit. "En voor bijkomende kosten, zoals overnachtingskosten die tijdens het herstel nodig kunnen zijn, dient de huurder zelf een aanvraag in."

Haverkamp en Kuipers wandelen door Hoogezand

Van opname tot herstel

De rol van de woningcorporatie zorgt ervoor dat het schadeproces op meerdere punten anders verloopt dan bij koopwoningen. Kuipers: “Er bestaan regelingen waarbij een woningeigenaar  zelf mag weten wat hij met het toegekende bedrag doet. Wij als woningcorporaties doen ons uiterste best om ervoor te zorgen dat alle schade hersteld wordt.”

Een ander verschil met woningeigenaren is dat huurders worden ontzorgd tot het moment dat we gaan herstellen. Wij zoeken de aannemer voor ze en regelen alles. Woningeigenaren moeten heel veel zelf doen."

Haverkamp nuanceert: "Wij ontzorgen de huurder wel, in die zin dat wij veel voor hen regelen. Maar huurders maken het hele proces van A tot Z mee. Ze zien de schade, beleven de opname, de overlast en het herstel. De oplevering doen ze samen met de aannemer."

Dat herstel verschilt enorm per woning. Soms gaat het om een paar scheuren. Maar Kuipers noemt ook een zorgcomplex waar vijf vakmensen 23 weken bezig waren met het herstel. “Dat ging om zo’n 40 kamers waar mensen met een beperking wonen. De opname alleen al duurde zeven dagen. Er was  veel overleg nodig met het IMG, omdat er bij het herstelproces extra kosten kwamen kijken. De aannemer zorgde ervoor dat elke keer dezelfde vijf mensen aan het werk waren. Dat werkte heel goed. Na afloop waren de bewoners zo blij; ze hebben een pakketje met bier en worst voor de jongens gemaakt.”

Samenwerken 

Om de samenwerking goed te organiseren, sloten vier woningcorporaties en de toenmalige TCMG in 2019 een convenant. Daarin maakten zij afspraken over de manier van samenwerken bij mijnbouwschade. Volgens Kuipers en Haverkamp zorgde dat niet alleen voor duidelijke werkwijzen, maar ook voor korte lijnen. Inmiddels werken de meeste woningcorporaties in het schadegebied op een vergelijkbare manier.

Kuipers: “Dus dat gaat de goede kant op. In de tijd van de TMCG was iedereen aan het zoeken. Nu is steeds meer kennis van wat mijnbouwschade is en wat niet. Ook hebben we nu een vaste deskundige partij die de onderzoeken doet. Ik weet wie ik moet bellen en andersom.”

Haverkamp: “Wel vinden we dat een huurder dezelfde overlastvergoeding zou moeten krijgen als een woningeigenaar. Vroeger kregen huurders die vergoeding niet. Dat is deels al gelijkgetrokken, behalve bij schades boven de 10.000 euro. Maar juist een hoog bedrag duidt op veel overlast en dat kan psychisch zwaar zijn.”

Schade altijd melden

Tot slot hebben beide mannen nog een advies voor huurders: meld iedere nieuwe scheur en ga niet alvast zelf aan de slag. Haverkamp: “Soms zijn huurders best voortvarend. Als ze schade achter het behang vermoeden, trekken ze het er soms al af in de veronderstelling dat de deskundige snel langskomt. Vervolgens kijken ze er maanden tegenaan." Kuipers vult aan: "En omdat ze het behang zelf al hebben weggehaald, krijgen ze ook geen nieuw behang vergoed."

Haverkamp: "Meld de schade, ook als je denkt dat het geen aardbevingsschade is. Wij zetten de melding gewoon door, ook na eerdere schademeldingen. Dan doorloopt de woning opnieuw het hele proces."

Kuipers: "Wij willen hetzelfde als het IMG: alle woningen met schade in het gebied in kaart hebben. Ik denk dat we nu gewoon goed bezig zijn met het herstel. En dat het vertrouwen ook weer redelijk is teruggekomen.”