Voorbeelden van smartengeld in Nederland

Voor ons onderzoek naar smartengeld zochten we naar voorbeelden van smartengeld van een 'aantasting in de persoon'. Wat daaruit duidelijk wordt: de situatie in Groningen is in veel opzichten onvergelijkbaar. En eigenlijk was dat ook wel te verwachten, immateriële schade is immers hoogstpersoonlijk. Bijgaande voorbeelden geven daarom vooral een indruk wat zoal onder een 'aantasting in de persoon' wordt verstaan en welke schadevergoeding dan wordt toegekend door een rechter.

Echtpaar lijdt onder onderzoek thuis

De Unit Sociale Recherche verrichtte een huisbezoek, waarbij een echtpaar bankafschriften en de inhoud van hun beider portemonnee moest laten zien. Toen bleek dat er diverse kasstortingen waren gedaan, volgens de verklaring van het echtpaar uit hoofde van een lening van de broer van de man. De bijstand is daarop enkele maanden verlaagd. Voor het huisbezoek bleek achteraf geen redelijke grond, zodat sprake was van niet geoorloofde inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van het echtpaar als bedoeld in art. 8 EVRM.

De betrokken ambtenaren hadden voorafgaand aan het bezoek niet meegedeeld dat het weigeren van het huisbezoek geen gevolgen zou hebben voor de uitkering. De Raad overweegt dat het echtpaar in strijd met hun huisrecht een huisbezoek in hun eigen woning heeft moeten dulden, waarbij persoonlijke zaken zijn doorzocht, voor welk huisbezoek geen redelijke grond bestond. De integriteit en het zelfbeschikkingsrecht van het echtpaar in hun eigen woning is geschonden. Dit alles heeft een behoorlijke impact gehad en daardoor de nodige onrust, spanning en frustratie teweeggebracht.

Smartengeld: € 200 per persoon

Bron: CRvB 18 juni 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM8044

Schending persoonlijke levenssfeer

De gemeente heeft de bijstandsuitkering van een man tijdelijk stopgezet (achteraf bleek ten onrechte, althans het besluit ertoe werd vernietigd) en had in verband daarmee een huisbezoek afgelegd en een buurtonderzoek verricht. Het huisbezoek oordeelde de rechtbank als rechtmatig, maar dat gold niet voor het buurtonderzoek, waarbij diverse buurtbewoners zijn ondervraagd over het privéleven van de man en waarbij de verklaringen in anonieme vorm in het dossier zijn opgenomen. Dit levert een schending op van de persoonlijke levenssfeer als bedoeld in art. 8 EVRM.

Smartengeld: € 500

Bron: Rb. Amsterdam 2 november 2010, ECLI:NL:RBAMS:2010:BO6456

Gezin gescheiden uit huis geplaatst

De woningbouwvereniging ontruimde een gezinswoning. De woning is kort daarna verhuurd aan nieuwe huurders. In hoger beroep is bepaald dat er niet tot ontruiming had mogen worden overgegaan. Het gezin wilde terugkeren naar de woning, maar dat was niet mogelijk omdat er al andere huurders in woonden. Omdat ze door en sinds de ontruiming gedurende 20 maanden gedwongen waren om gescheiden te wonen (de man bij familie en de vrouw met hun dochter bij haar moeder) en omdat ze het huis hebben verloren waarin zij gelukkig waren, vordert het gezin smartengeld.

Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de Kantonrechter dat alleen smartengeld kan worden toegewezen voor het feit dat zij 20 maanden niet als gezin bij elkaar hebben kunnen wonen. Hierdoor was sprake van aantasting in de persoon. Het hof acht een vergoeding van € 75,- per persoon per maand gerechtvaardigd.

Smartengeld: 20 x € 75 = € 1.500 per persoon

Bron: Hof Den Bosch 28 mei 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1990

Hinder door stankoverlast bedrijf

Een echtpaar had gedurende 20 jaar lang stankoverlast door een, in hun naaste omgeving gelegen, varkenshouderij, waar meer varkens werden gehouden dan waarvoor een vergunning was afgegeven. Zij konden niet van hun tuin genieten, konden geen ramen openzetten en ook konden ze hun was niet buiten drogen. Dit leverde een ernstige inbreuk in de persoonlijke levenssfeer op en derhalve een aantasting in de persoon.

Smartengeld: € 5.250 per persoon

Bron (niet online beschikbaar): Hof Den Bosch 27 september 2005, rolnr. 03-1393/He te vinden in M. Donkerloo, Smartengeld. Uitspraken van de Nederlandse rechter over de vergoeding van immateriële schade, ANWB/Verkeersrecht 2020, nr. 1.168