Verder naar inhoud

Immateriële schadevergoeding

Reglement van de Bezwaaradviescommissie van het IMG

Het reglement bestaat uit de volgende artikelen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

Instituut: het Instituut Mijnbouwschade Groningen, zoals ingesteld bij artikel 2 van de Tijdelijke wet Groningen (wet van 5 februari 2020, Staatsblad 2020,85);
Procedure en werkwijze: de Procedure en werkwijze van het Instituut, zoals vastgesteld bij het besluit van het Instituut van………;
Adviescommissie: de Bezwaaradviescommissie van het Instituut, bedoeld in artikel 6.2, eerste lid van de Procedure en werkwijze;
voorzitter: de voorzitter van de Adviescommissie of bij verhindering zijn/haar plaatsvervanger;
secretaris: de persoon als bedoeld in art. 6.2, zesde lid van de Procedure en werkwijze;
bezwaarde: degene die tegen een besluit van het Instituut op grond van artikel 7:1 Algemene wet bestuursrecht bezwaar heeft gemaakt;
zaakbegeleider: de persoon als bedoeld in artikel 1.4 Procedure en werkwijze;
deskundige: de persoon als bedoeld in artikel 6.4 Procedure en werkwijze;
zittingsvoorzitter: de voorzitter of het lid van de Adviescommissie die c.q. dat de hoorzitting voorzit.

Artikel 2 Taak en samenstelling van de Bezwaaradviescommissie

De Adviescommissie adviseert het Instituut over de te nemen beslissingen op bezwaren die door het Instituut aan haar zijn voorgelegd.
Bij het adviseren over een bezwaar bestaat de Adviescommissie uit drie leden.

Artikel 3 Secretaris

De Adviescommissie wordt ondersteund door één of meer secretarissen die in overeenstemming met artikel 6.2, zesde lid Procedure en werkwijze door het Instituut aan haar ter beschikking zijn gesteld.
De secretarissen maken geen deel uit van de Adviescommissie; zij stellen de concept-adviezen en de concept-verslagen van de zittingen op.

Artikel 4 Deskundige

De Adviescommissie kan hetzij naar aanleiding van het bezwaarschrift, hetzij naar aanleiding van het verhandelde tijdens de hoorzitting als bedoeld in artikel 5 een deskundige vragen een adviesrapport op te stellen of een bestaand rapport aan te vullen of te herzien.
De secretaris stuurt het adviesrapport of de aanvulling/herziening naar de bezwaarde die in de gelegenheid wordt gesteld om daarop binnen een door de secretaris te bepalen termijn te reageren.

Artikel 5 Horen

De Adviescommissie hoort overeenkomstig artikel 7:13, derde lid Algemene wet bestuursrecht de bezwaarde over zijn of haar bezwaar.
De Adviescommissie bepaalt de plaats en het tijdstip van de hoorzitting. Het horen kan in de vorm van een video-hoorzitting plaatsvinden, tenzij de bezwaarde hiertegen bezwaren heeft.
De bezwaarde kan zich op de hoorzitting laten bijstaan en/of vertegenwoordigen.
Overeenkomstig artikel 7:13, vijfde lid van de Algemene wet bestuursrecht wordt een vertegenwoordiger van het Instituut voor de hoorzitting uitgenodigd. Hij of zij krijgt de gelegenheid de overwegingen van het besluit waartegen het bezwaar zich richt uiteen te zetten.
Ook de deskundige die bij de behandeling van de betreffende aanvraag is opgetreden of zijn of haar vertegenwoordiger wordt uitgenodigd voor de hoorzitting.
Overeenkomstig artikel 7:7 Algemene wet bestuursrecht maakt de secretaris een verslag van de hoorzitting.

Artikel 6 Openbaarheid

Het horen vindt in het openbaar plaats.
De zittingsvoorzitter kan hetzij op verzoek hetzij uit eigen beweging besluiten de deuren te sluiten.
Een videozitting is om praktische redenen niet openbaar.
De zittingsvoorzitter kan derden toestaan de videozitting bij te wonen.

Artikel 7 Onderzoek ter plaatse

De Adviescommissie kan een onderzoek ter plaatse houden.
Bij dit onderzoek is in ieder geval een lid van de Adviescommissie met een technische achtergrond aanwezig, een secretaris, de bezwaarde en eventueel zijn of haar zaakbegeleider en de deskundige die op verzoek van het Instituut in het betreffende geval een adviesrapport heeft opgesteld.
De secretaris maakt van hetgeen tijdens het onderzoek is opgemerkt en besproken een beknopt verslag.
Indien een onderzoek ter plaatse wordt gehouden vindt de hoorzitting zoveel mogelijk in aansluiting op dit onderzoek plaats.

Artikel 8 Kosten

De Adviescommissie kan adviseren de kosten te vergoeden die de bezwaarde voor juridische c.q. bouwkundige bijstand in bezwaar heeft gemaakt met inachtneming van de bepalingen van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

Artikel 9 Beraadslaging en advies

De Adviescommissie beraadslaagt met gesloten deuren over het uit te brengen advies.
Zij beslist bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken geeft de stem van de voorzitter de doorslag.
Het advies is gemotiveerd en houdt een voorstel in voor de te nemen beslissing op het bezwaar.
Het advies bevat de namen van de zittingsvoorzitter en van de leden die aan het advies hebben meegewerkt.
De zittingsvoorzitter ondertekent het advies, bij zijn afwezigheid ondertekent één van de andere leden die aan het advies heeft meegewerkt het advies.
De secretaris stuur het advies naar het Instituut samen met het verslag van de zitting.

Artikel 10 Wijziging

De adviescommissie kan dit reglement wijzigen.
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de voorzitter.

  • Mijn aanvraag is afgewezen omdat het IMG niet bevoegd is. Wat kan ik doen?

    In de Tijdelijke wet Groningen staat dat wij in sommige gevallen uw aanvraag niet mogen behandelen. Bijvoorbeeld als u (eventueel na tussenkomst van de rechter) al een vergoeding voor immateriële schade van de NAM heeft gekregen. Dan is het niet meer mogelijk om bij ons een vergoeding voor immateriële schade aan te vragen.

    Ook als u op dit moment betrokken bent in een gerechtelijke procedure tegen de NAM over de vergoeding van immateriële schade, of met de NAM onderhandelt over een vergoeding voor immateriële schade, mogen wij uw aanvraag niet behandelen. Dat kan alleen als u zich terugtrekt uit de gerechtelijke procedure of uit de onderhandelingen met de NAM.

  • Hoe kan het dat mijn huisgenoot een (hogere) vergoeding heeft gekregen dan ik?

    Immateriële schade is schade die niet in het vermogen, maar op een andere manier – in de vorm van pijn, geestelijk leed, verdriet, of gederfde levensvreugde – wordt geleden. De vergoeding voor immateriële schade heeft als doel dit leed en verdriet te verzachten en genoegdoening te geven. Door dit bijzondere doel, is het recht op vergoeding van immateriële schade hoogstpersoonlijk.

    Vanwege dat hoogstpersoonlijke karakter, brengen we met de regeling voor immateriële schade ook per persoon (in plaats van per huishouden) in kaart of en, zo ja, in welke mate iemand in zijn persoon is aangetast. Dit doen we door te kijken naar de twee onderdelen van de aanvraag:

    • Deel 1: de feitelijke gegevens over de persoonlijke situatie (de bouwstenen).
    • Deel 2: de antwoorden op de vragenlijst (de Persoonlijke Impact Analyse).
      Soms kan het zijn dat de omstandigheden binnen een huishouden van elkaar verschillen, of anders worden gewogen. Zo wegen de omvang van de schade (bouwsteen 3) minder zwaar (namelijk voor 50%) en de doorlooptijd (bouwsteen 4) niet mee als iemand geen eigenaar is van de woning waaraan schade is ontstaan door de aardbevingen. Ook kunnen de gevolgen van de aardbevingen op de een meer impact hebben dan op de ander. Dit zien we terug in de vragenlijst, de Persoonlijke Impact Analyse. Dit kan leiden tot toekenning van een andere vergoeding.

    In onze besluitbrief leest u hoe we uw situatie hebben beoordeeld.

  • Wat kan ik doen als ik vind dat maatwerk moet worden toegepast?

    Uitgangspunt is dat aanvragen tot vergoeding van immateriële schade aan de hand van de gestandaardiseerde methode worden behandeld. Door te kijken naar feitelijke gegevens over de persoonlijke situatie (de bouwstenen) en de antwoorden op de vragenlijst (de Persoonlijke Impact Analyse) beoordelen we of het aannemelijk is dat sprake is van een persoonsaantasting en, zo ja, in welke mate. Hoe hoger het bedrag is dat wordt toegekend, hoe groter de mate is waarin we aannemen dat iemand in zijn persoon is aangetast door ervaren hinder, overlast, stress, frustratie, onzekerheid en boosheid als gevolg van de gaswinning.

    Soms zijn de persoonlijke omstandigheden zo bijzonder en afwijkend, dat we maatwerk toepassen. Maar dit gebeurt alleen in uitzonderingssituaties. Namelijk wanneer er bijzonder ernstige persoonlijke omstandigheden spelen. Omstandigheden waarmee we met de gestandaardiseerde regeling evident geen rekening hebben kunnen houden. Omstandigheden die ertoe leiden dat de toegekende vergoeding niet passend is, gelet op uitspraken van rechters in vergelijkbare situaties. Bijvoorbeeld als iemand door de gevolgen van de gaswinning een psychische ziekte (zoals een posttraumatische stressstoornis) heeft ontwikkeld, en daardoor niet meer kan werken.

    Als dat bij u zo is, dan vragen we u om zelf te onderbouwen dat dit bij u speelt. Ook zult u moeten onderbouwen waarom dit in uw situatie tot een hogere vergoeding moet leiden.

  • Hoe zijn de vaste bedragen bepaald?

    We hebben ervoor gekozen om te werken met vaste bedragen van:

    • € 1.500 in het geval van een persoonsaantasting;
    • € 3.000 in het geval van een ernstige persoonsaantasting, en;
    • € 5.000 in het geval van een bijzonder ernstige persoonsaantasting.

    Als wordt gekeken naar de in Nederland gebruikelijke bedragen en bandbreedtes, en naar de bedragen die de Commissie Verheij heeft geadviseerd (namelijk maximaal € 3.000 per huishouden), zijn deze gekozen bedragen ruimhartig. In uitzonderlijke situaties kan de vergoeding hoger uitvallen.

  • Moet de regeling van het IMG niet worden aangepast na de uitspraak van de Hoge Raad van oktober 2021?

    Nee. De uitspraak van de Hoge Raad is voor ons belangrijk, maar bepaalt niet hoe wij immateriële schade moeten vergoeden. Ook geeft het geen oordeel over onze regeling voor immateriële schade.

    De uitspraak van de Hoge Raad is een bevestiging van een eerdere uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Die uitspraak is een belangrijk gezichtspunt geweest bij de ontwikkeling van onze regeling voor immateriële schade. Toch hebben we bewust gekozen voor een andere methode, omdat we denken dat de problematiek van immateriële schade als gevolg van de gaswinning in Groningen meer omvat dan alleen fysieke schade.

    Daarom houden wij rekening met meerdere indicatoren (locatie, veiligheid, omvang schade en doorlooptijd) om de nadelige gevolgen van de gaswinning voor een aanvrager in te schatten. Daarnaast bieden we aanvragers de mogelijkheid om hun persoonlijke ervaringen met de gevolgen van de gaswinning met ons te delen via een vragenlijst, de Persoonlijke Impact Analyse, die we ook meewegen.

    Op deze manier kunnen ook mensen die maar één keer met fysieke schade te maken hebben gehad, en bijvoorbeeld een vergoeding via de Stuwmeerregeling hebben ontvangen, in aanmerking komen voor een vergoeding voor immateriële schade. Hetzelfde geldt voor mensen die nooit met fysieke schade te maken hebben gehad, maar bijvoorbeeld wel met versterkingsmaatregelen.

    We denken hiermee niet alleen een juridisch juiste, maar ook rechtvaardige en ruimhartige regeling te hebben gemaakt voor Groningers, met zo veel mogelijk oog voor de menselijke maat.

  • Wat is een wettelijke vertegenwoordiger?

    Een wettelijk vertegenwoordiger is degene die het gezag heeft over het kind. Zij nemen beslissingen over de financiën, opvoeding en zorg van het kind. Meestal zijn dit de ouder(s).

    Soms zijn dit niet de ouders. Zo komt het soms voor dat (vanaf de geboorte) maar één van de ouders het ouderlijk gezag heeft, of dat één van de ouders uit het ouderlijk gezag is ontheven. Ook kan het voorkomen dat een minderjarige onder het gezag van iemand anders staat, bijvoorbeeld een voogd.

  • Wat is de rol van de wettelijk vertegenwoordiger?

    • Bij de aanvraag. De wettelijk vertegenwoordiger doet de aanvraag voor het kind.
    • Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor het kind. Om de hoogte van de vergoeding voor het kind te bepalen, kijken we naar de hoogte van de vergoeding van de wettelijk vertegenwoordiger van het kind. Hebben beide wettelijk vertegenwoordigers een vergoeding gekregen? Dan gaan we uit van het hoogste bedrag dat één van de wettelijk vertegenwoordigers heeft ontvangen.
  • Waarom is het belangrijk dat de wettelijk vertegenwoordigers onderling goed met elkaar communcieren?

    Alleen degene die de aanvraag doet, ontvangt van ons alle brieven en informatie over de aanvraag. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager zelf om de andere wettelijk vertegenwoordiger en/of het kind te informeren over en te betrekken bij de aanvraag. Dit kan vervelende situaties voorkomen. Bovendien moeten we rekening houden met privacyregels, waardoor we zorgvuldig moeten beoordelen met wie we welke informatie delen.